is toegevoegd aan uw favorieten.

Hamlet

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hamlet.

O, legerscharen Gods! 0, aard ! Wat meer ? I, 5, 92

En moet de hel erbij ? Hart, houd het uit!

En gij, mijn pezen, wordt niet plots'ling oud

Maar houdt mij stram rechtop ! Denken aan u ?

Zeker, arm spook, zoolang er heug'nis huist

In dit onstelde hoofd. Denken aan u ?

Ja, van de tafels van mijn heug'nis zal 'k

Wegwisschen alle dwaze beuz'larij

Van spreuk, van beeld, van indruk van weleer, ioo

Door jeugd en observatie opgeteekend ;

En heel alleen zal leven uw bevel,

In boek en band van mijne hers'nen, vrij

Van lagere vermenging ; ja, bij God!

Schurk, schurk ! 0, lachende en vervloekte schurk!

Mijn tafels! Goed is 't, dat ik 't nederschrijf,

Dat men kan lachen, lachen en een schurk zijn;

Dat kan ten minste in Denemarken zeker.

Zoo, oom, daar staat ge! Nu mijn leus getrouw! 110 Zij luidt: vaarwel, vaarwel en denk aan mij ! Horatio. [Achter het tooneel;] Prins, prins!

Marcellus. [Achter het tooneel:]

Prins Hamlet! Horatio. [Achter het tooneel:]

God behoede hem!

Hamlet.

Zoo zij 't! — Hallo, hallo, kom ventje, kom!

Horatio en Marcellus treden op.

Marcellus.

Hoe is het, eedle prins ? Hamlet.

O, wonderbaar!

Horatio.

Verhaal 't ons, prins. Hamlet.

Neen, gij vertelt het over.

48

48