is toegevoegd aan uw favorieten.

Hamlet

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Polonius.

iii, 1,21 Dat is juist;

En hij verzocht me uw hoogheden te nooden. Claudius.

Volgaarne en het verschaft mij veel voldoening. — Mijn beste heeren, sterkt hem in dien lust En moedigt hem tot die vermaken aan. Rosencrans. Gaarne, mijn vorst!

Rosencrans en Guyldensterne af.

Claudius.

Mijn lieve vrouw, ga ook : Wij hebben heimlijk Hamlet hier bescheiden, 30 Opdat hij hier Ophelia bij toeval Ontmoeten zou; haar vader en ik zelf Verschuilen ons om ongezien te zien En over hun ontmoeting onbevangen Te oordeelen en te gissen uit zijn doen, Of het de ellende is van zijn liefde, of niet, Die hem dus lijden doet. Geertruida.

Ik zal uw wil doen. — En om u zelve, Ophelia, hoop ik, dat Uw schoonheid de gelukkige oorzaak is 40 Van Hamlet's waanzin ; des dat uw vermogen Hem weer zal maken, tot uw beider eer, Tot wat hij placht te zijn. Ophelia.

, (.v » Ik hoop 't, mevrouw!

Geertruida af.

Polonius.

Ophelia, wandel hier ! — Genaadge, blieft het, Dat we ons verschuilen? [Tot Ophelia:] Lees in dit brevier, Opdat vertoon van ootmoed uw alleenzijn Tot schijngrond dient. Vaak treft ons hierin blaam, 't Is wel bekend, dat wij met vroom gebaar En mom van godsvrucht oversuikeren Den duivel zeiven. * 74

74