is toegevoegd aan uw favorieten.

Hamlet

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hamlet.

iii, 2,256 Ik zou tusschen u en uw minnaar het gesprek kunnen voeren, als ik de poppenkast maar spelen zag. Ophelia.

Gij zijt scherp, prins, gij zijt scherp. Hamlet.

260 't Zou u een kreuntje kosten om er de snee af te krijgen. Ophelia.

Nog beter en slechter. Hamlet.

Zoo gaat het in het huwelijk.— [Tot Lucianus:'] Begin, moordenaar! Scheid uit met dat verdoemd gezichtentrekken en begin ! Kom: Krassende raven bulderen om wraak! Lucianus.

Plan zwart, hand klaar, gif dienstig, tijd gelegen, 't Al meêbehulpzaam, spie op veld noch wegen. Laat, vuile drank, uit midnachtkruid gestookt, Met heksenvloek driemaal besmet, bespookt, 270 Uw toovermacht en gruw'lijke eigenheden Plots haar geweld doen op gezonde leden!

[Hij drupt het gif in het oor van den koning.]

Hamlet.

In den tuin vergiftigt hij hem om zijn bezittingen. Zijn naam is Gonzago. De geschiedenis is in den handel en geschreven in keurig Italiaansch. Gij zult dadelijk' zien, hoe de moordenaar de liefde van Gonzago's vrouw verwerft. Ophelia.

De vorst staat op.

Geertruida.

Wat scheelt mijn heer ?

Polonius.

Staakt de opvoering! Claudius. 280 Geeft mij wat licht, maakt plaats! Polonius. Licht, licht, licht!

Allen af behalve Hamlet en Horatio.

90