is toegevoegd aan uw favorieten.

Indonesische en Indische democratie

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

86

In hoever bij de bestuursvoering en de rechtspraak met deze tweehoofdigheid wordt rekening gehouden, blijkt niet. In 1862 heette het voor Satffee, dat de fettor hoe langer hoe meer een nul wordt in het cijfer der macht.

De aanwezigheid en de macht van den ^Jrondvoogd zijn door het gouvernement genegeerd. Op Savoe werd zijn beteekenis vernietigd; „dit laatste kan zeer nuttig zijn, maar ook zeer schadelijk, omdat onder heidenen de bevolking er waarschijnlijk slecht bij vaart, wanneer de alleenheersching der vorsten wordt bevorderd en zij daarin bovendien worden gesteund door de macht van het Gouvernement. De groote begeerte van vele radja's naar rottingknoppen en vlaggen doet onderstellen, dat zij er althans zeer wel bij varen" 1).

De komedie, welke het gevolg is van de negatie van den toean tanah door het gouvernement en diens hooge adatrechtelijke positie wordt voor Roti op treffende wijze verhaald door Jackstein*). „De stok, het teeken der waardigheid, door het gouvernement den radja geschonken, wordt door den toean tanah bewaard, en slechts dan, wanneer de Radja den Resident of diens vertegenwoordiger moet ontmoeten aan hem ter hand gesteld. Onderweg naar de plaats der ontmoeting draagt de toean tanah den stok en neemt die oogenblikkelijk weer in bezit, wanneer de ontmoeting is afgeloopen. Op last van den Resident Wijnen gedurende diens inspectiereis op Rotti, moest de stok blijven in handen van den radja of fettor. Dientengevolge hebben de meer ontwikkelde radja's den stok onder hunne berusting gehouden; echter ook zij moeten zich laten welgevallen, dat de Toean tanah den stok met zekere plechtigheid in zijn woning bewaart, alwaar dezelve moet blijven liggen, totdat wederom een ontmoeting ting met den mai-bapa kompagnie moet plaats hebben. De stok wordt dan wederom door den Toean tanah met veel plechtigheden van zijn plaats gehaald, enz.".

*) Esser, 1862, in de Roo van Alderwerelt in T.B.G. 48, 1906, blz. 271. *) T.B.G. 20, 1873, blz. 350.