is toegevoegd aan uw favorieten.

Indonesische en Indische democratie

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

88

buiten op. Voor bespreking van gemeenschappelijke belangen van rechtsgemeenschappen, die aan elkaar grenzen of eene federatie vormen, vergaderen soms de collegiale besturen zelf gezamenlijk; soms hunne vertegenwoordigers.

Het representatief karakter van het groepshoofd hangt aan den eenen kant samen met zijn geboorte binnen de groep en het erfelijkheidsbeginsel, waardoor het volkshoofd zich gebonden, voelt aan de traditie, de geschiedenis en de leden van zijn groep; hij is de bewaarder der oude adat en der oude gebruiken; hij voelt zich één met zijn groep 1).

Aan den anderen kant voelt de bevolking een genealogischen of territorialen band ten opzichte van hare eigen groep. Door haar invloed op het groepsbestuur, zich uitende in de electie, het instituut der bijstanders en het voorgeschreven overleg, soms overeenstemming tusschen volk en hoofd, voelt de groep zich één met haar hoofd, zoodat de facto het hoofd regeert in overeenstemming met het volk; zijn wil en de wil van het volk zijn analoog.

Het belang van het representatief karakter van de collegiale besturen der Indonesische rechtsgemeenschappen wordt vergroot door den eisch van eenparigheid (zie § 7) voor raadsbeslissingen, waardoor de belangen van kleinere bevolkingsgroepen of bijstammen, die in den raad vertegenwoordigd zijn, niet in verdrukking kunnen komen.

KAROHOOGVLAKTE

Op de Karohoogvlakte is de staatkundige eenheid de uit meerdere groote Bataksche huizen bestaande wijk of familibuurt (kesain), welke, afgezien van het anak beroe-senina

*) Zie bijv. Couvreur in Adatrb. 16, 1919, blz. 180 e.v. en 199 e.v.; Schröder, Nias, 1917, blz. 340; „de hoofden zijn voor alles gemeenschapsvertegenwoordiger" (van Doorn. De credietbehoefte van den Indonesischen landbouwer, 1921, blz. 77). Ook volgens Boeke, Tropisch koloniale Staathuishoudkunde, 1910, is het hoofd de vertegenwoordiger van den stam.

') Zie voor de in deze paragraaf behandelde streken de algemeene literatuur, t.w. Van Vollenhoven's Adatrecht 1, 1918; Schrieke: De lagere Inlandsche rechtsgemeenschappen in Nederlandsch Indië, 1921; Herzieningscommissie 1920, bijlage D; en voor de Karolanden; Batakspiegel 1910; Westenberg 1914; Middendorp in Socialistische Gids 1922; Adatrechtb. 20, 1922, blz. 43.