is toegevoegd aan uw favorieten.

Indonesische en Indische democratie

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het bestuur van den dorpenbond werd gevormd door de gezamenlijke dorpshoofden, met het voornaamste dorpshoofd als primus inter pares, als leider; was dus een representatie van de regeerende marga.

Van deze dorpenbondsregeering ging wetgeving uit, bestaande uit regeling van gemeenschappelijke belangen, als vast-' stelling van den marktdag, toegang tot de markt, vaststelling van de grootte van de rijstmaat, verbod van overspel, verbod van oorlog zonder voorafgaande oorlogsverklaring, enz.1) (wetgevingsdemocratie).

In Mandailing') is het adatrechtelijk bestuur der koeria en der kampong (koeta), de rapat adat, meerhoofdig en draagt een representatief karakter; in dien raad zijn vertegenwoordigd, zoowel genealogische als territoriale groepen en wel:

le. het hoofd, de radja, die de radjafamilie vertegenwoordigt;

2e. de soehoe's, tegenwoordig ripèhoofden genoemd, hoofden van adatgroepen, bestaande uit de kahanggi ni radja, verdere familieleden van den radja, die geen recht meer hebben op het radjaschap; zij vertegenwoordigen dus een gedeelte der leden der regeerende marga;

3e. de anggi ni radja, d. z. zonen van den vorst en een dochter van een vrijen man; zij hebben van wege dit morganatisch huwelijk geen recht meer op het radjaschap; zij zijn adathoofd over onder hen gebrachte, groepen van kahanggi ni radja; ook zij vertegenwoordigen dus een gedeelte der leden der regeerende marga;

4e. de radja pamoesoek, d.i. het hoofd van een, van uit het moederdorp gesticht, tot hoeta verheven kinderdorp. Deze radja pamoesoek behoeft niet te behooren tot de regeerende marga;

5e. de radja si oban ripè; d.i. het hoofd van een dorp, ontstaan door verhuizing van buiten de koeria in dat gebied. Ook dit hoofd behoeft niet te behooren tot de regeerende marga. Het door Soangkoepon eerstgenoemde voorbeeld') van een radja si oban ripé, volgens hem een hoofd over een kampong gesticht door verhuizing van een deel der bewoners eener uit drie standen bestaande kampong, verschilt m.i. niet van het onder 4e. vermelde.

*) Adatrb. 20, 1922, blz. 33.

') Soangkoepon, in Koloniale Studiën, 1923, II, blz. 75.

Batakspiegel, 1910; Résumé Sumatra 1872; Adatrb. 6, 1913, blz. 9. *) Soangkoepon, Koloniale Studiën, 1923, II, blz. 92.

91