is toegevoegd aan uw favorieten.

Indonesische en Indische democratie

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

103

organen en blijft de collegiale vertegenwoordiging voor zoover aanwezig, (bijv. in de Karolanden) gehandhaafd. Toch zal de regeling van de huishoudelijke belangen der onder een op den voet der I. G. O. als zoodanig erkende Inlandsche gemeente staande rechtsgemeenschap bijv.^ de doesoen in Palembang, door de werking van den officieel erkenden hoogeren gemeenteraad in de verdrukking komen. , ,

Voor de regeling der huishoudelijke belangen is m de Inlandsche gemeenten der buitengewesten, die op den voet der I. G. Ö.'s als zoodanig erkend zijn, het collegiale bestuur in den vorm van een gemeenteraad erkend; het representatief karakter dier adatrechtelijke raden is echter gedeeltelijk miskend; eenerzijds door niet alle adathoofden, representanten der bevolkingsgroepen in den raad op te nemen; anderzijds door de mogelijkheid te openen om deze adatleden aan te vullen met benoemde of te verkiezen leden, terwijl het te verkiezen lid bijna nimmer verkozen wordt door de leden van een bevolkingsgroep, in welk geval hij zich zou kunnen voelen als hare representant, doch door de kiesgerechtigden van de heele rechtsgemeenschap, als gevolg waarvan de verkozene zich niet representant kan voelen van een der organische deelen.

Daar het te ver zou voeren, deze punten voor alle gewesten met een I. G. O. te behandelen, zal het bovenstaande door een paar voorbeelden worden toegelicht. ^

In Sumatra's Westkust werd volgens de nagariordonnantie de raad van volkshoofden gevormd door de eerste hoofden der oudste families in de nagari; dat waren dus alle panghoeloe's andiko, de adatrechtelijke vertegenwoordigers der bevolkingsgroepen *). Volgens de I.G.O.*) bepaalt de resident het aantal adathoofdenleden van den raad, dat in de praktijk zoodanig is vastgesteld, dat lang niet alle panghoeloe's andiko in den raad zijn opgenomen. Hiermede is inbreuk gemaakt op . het principe van representatie van alle bevolkingsgroepen in den raad.

Ook voor andere gewesten met I.G.O. dient nagegaan of wel alle adathoofden-representanten van de be-

*) St. 1914, no. 7411 Adatrb. 18, 1919, blz. 249; Stap in T.B.B. 53, 1917;

een bijzondere positie der 4 soekoehoofden in de Kota Piliangsche

landen blijkt, hieruit niet. *) St. 1918, no. 677; Steinbuch in Koloniaal T. 1922.