is toegevoegd aan uw favorieten.

Indonesische en Indische democratie

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

149

We bevinden ons bier dus op een gevaarlijk terrein; bekendheid met plaatselijke toestanden en bevolkingspsychologie is noodig voor een beslissing in zake den te volgen weg').

Wie — als schrijver dezes — Nederlandsch-ïndië staatsrechtelijk opgebouwd wil zien, hoofdzakelijk uit de Indonesische rechtsgemeenschappen, zal de schepping en ontwikkeling dezer autonomieën met groote aandacht en belangstelling volgen.

De medewerking aan de uitvoering der landstaak bleef door de Westersche overheid opgedragen aan éénhoofdige bestuursorganen, meestal aan het dorpshoofd of den voornaamste van het adatrechtelijk college. Het gevolg hiervan is, dat zijne positie dualistisch wordt; hij is zoowel volkshoofd als laagste gouvernementshoofd; en door de overwegende beteekenis der landstaak treedt zijn functie als landsorgaan sterk op den voorgrond; de bevolking begint in hem in de eerste plaats te zien den gouvernementsambtenaar *).

Een groot.nadeel van deze dualistische positie is, dat het volkshoofd zich niet vrij voelt van het boven hem gestelde bestuur in zake de zorg voor de huishoudelijke belangen zijner rechtsgemeenschap, waardoor dit bestuur een vaak te grooten invloed uitoefent op de autonome gemeente-aangelegenheden, en ook in de streken met een I. G. O. de autonomie der Inlandsche gemeente tot een fictie wordt; aan den anderen kant is de bevolking niet meer autonoom betreffende de ontheffing uit zijn ambt, daar het gouvernement het recht tot ontslag aan zich getrokken heeft. Het bestuur is allicht geneigd een hoofd, dat als een vader zorgt voor de huishoudelijke belangen zijner rechtsgemeenschap, uit hoofde van gebrekkige uitvoering der landstaak te ontslaan, terwijl het afkeerig zal zijn om een hoofd te ontslaan, dat op uitnemende wijze zorg draagt voor de uitvoering der landstaak, doch naar het oordeel der bevolking te kort schiet bi de zorg voor de huishoudelijke belangen der gemeenschap. Hierbij komt, dat eene beoordeeling door het bestuur, in hoever een volkshoofd tekort schiet in dat deel zijner taak, uiterst moeilijk is, daar het neerkomt op eene subjectieve waardeering van feitelijkheden.

Aan de moeilijkheid ontkomt men niet, door zooals in Sumatra's Westkust, aan een voorstel tot ontslag wegens tekortkoming in de uitvoering der landstaak door het gemeentehoofd, te laten voorafgaan het uitbrengen van advies door den nagari-

') Adam, 1924, blz. 127 e.v., o.a. ook over art. 71 (3) R.R., dat instelling van kampongautonomie verbiedt.

») Welvaartsverslag XI, 1914, blz. 71; E.R. III, 1896, blz. 182; Herzieningscommissie 1920, blz. 381; Heslinga, 1920, blz. 15.