is toegevoegd aan uw favorieten.

Het fatum van bevolkingsvermeerdering

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

27

beschikbaar is, en daar dezen per dag niet meer dan een vierde ,deel kunnen voortbrengen van hetgeen een Amerikaansch of Argentijnsch landbouwer voortbrengt, zal ook hun loon veel lager moeten zijn.

Maar ook de belooning van den arbeid in onze industrie, die op de wereldmarkt met de buitenlandsche industrie moet concurreeren, moet geleidelijk lager worden. Wij kunnen ons graan en de overige grondstoffen alleen verkrijgen door ze te ruilen tegen de producten van onzen arbeid. Wij hebben deze grondstoffen, waar ons bestaan van afhangt, absoluut noodig, maar het buitenland heeft onze arbeidsproducten over het algemeen niet absoluut noodig, het minst onze industrieele producten, doch wenscht die slechts te hebben, voorzoover wij die goedkooper kunnen leveren dan een ander land, of de industrie in het land zelf. Doch door de bevolkingsvermeerdering in de landen, die ons graan leveren, en andere nog jonge of nog minder ontwikkelde landen, die afzetgebieden voor onze producten vormen, neemt ook daar de industrialisatie toe, en vermindert de afhankelijkheid van het Europeesche industrie-centrum 1). Wat wij kunnen uitvoeren, om de noodzakelijke buitenlandsche grondstoffen mee te kunnen betalen, is, naast producten van onzen bodem (vooral zuivel- en landbouwproducten), in hoofdzaak arbeid, direct geleverd, als diensten van transport e.d., en arbeid, met de uit het buitenland betrokken grond-

1) Zoo wordt b.v. uit Amerika ruwe katoen, en uit Engeland katoenen garens hier ingevoerd, om, na hier bewerkt te zijn, als katoenen goederen weer uitgevoerd te worden, over de geheele wereld, en vooral naar Ned. O. Indië; dit is alleen mogelijk als de arbeidskosten hier laag zijn. Doch reeds kan geconstateerd worden dat het zwaartepunt der katoenindustrie zich verlegt buiten Europa. Het verbruik van ruwe katoen (voor de industrie) neemt in Europa niet toe, in Amerika wel, doch het meest in Azië; het wordt voor ons steeds moeilijker te blijven concurreeren met Japan en Eng. Indië, waar de loonen veel lager zijn dan hier.

Van bijna onschatbaar belang is daarom voor ons Ned.-Indië. Niet slechts is dit een zeer belangrijk afzetgebied voor tal van onze arbeids-