is toegevoegd aan uw favorieten.

Het fatum van bevolkingsvermeerdering

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

52

Omdat er gearbeid moet worden voor weelde en vermaak voor een deel der menschheid, blijft er voor een ander deel niet genoeg over. Het contrast tusschen een teveel hier, en een tekort daar, is schril, en begrijpelijk is de wensch van allen, die in een betere samenleving gelooven, om die luxe „af te schaffen", en daardoor het lot der armen te verbeteren. Maar waar zouden de vele honderdduizenden, die een bestaan vinden in de vervaardiging van die — dikwijls zeer aangename — overbodigheden, heen moeten, als er geen luxe-industrie meer was*) ? Een hooge luxebelasting — hoezeer in ander opzicht ook wenschelijk — zou reeds in groote kringen werkloosheid veroorzaken. Slechts een deel van den arbeid is werkelijk noodzakelijk en nuttig, als men let op de waarde die de producten voor den mensch hebben ; en de overige arbeid is even noodzakelijk, om de veel te velen aan een levensbestaan te helpen, daar zij niet anders dan door luxevoorwerpen te vervaardigen en aan te bieden, zich de noodige levensmiddelen kunnen aanschaffen. In plaats dus dat het mogelijk zou zijn de overtollige luxe af te schaffen, zal het luxe-verbruik steeds noodzakelijker en omvangrijker moeten worden, naarmate de bevolking blijft toenemen. En terwijl reeds de grondstoffen schaarscher worden, zal het verbruik hiervan voor voortbrenging van niet-noodzakelijke goederen toenemen, en nog kleiner moet dus het deel worden, daar het ook reeds uit anderen hoofde in verhouding af zal nemen, dat over blijft voor de onderste klassen, voor hen, die het lot niet deed geboren worden aan de lichtzijde van de maatschappij. Zoo zal bij een doorgaande toeneming der bevolking, de ellende der massa steeds groeien, omdat het haar noodlot is dat haar voortdurende uitbreiding, het natuurlijke, al

1) Men denke, om slechts een enkel voorbeeld te noemen, voor ons land aan de sigarenindustrie, voor Amsterdam aan de diamantindustrie ; verder o.a. aan den wijnbouw, de zijde- en automobielindustrie, de vervaardiging van „genotmiddelen", de luxe in de noodzakelijke levensbehoeften, en allerlei „amusementsbedrijf".