is toegevoegd aan uw favorieten.

Het fatum van bevolkingsvermeerdering

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

58

bestaan van bestaansmogelijkheid scheidde, en die reeds geleidelijk kleiner werd, in vrijwel geheel Europa, en dus ook bij ons, in enkele jaren als met een sprong verminderd is.

Het is niet te zeggen, wanneer het stadium van overbevolking is aangebroken, omdat er steeds een aanzienlijk tijdsverschil gelegen is tusschen de oorzaak der overbevolking — de bevolkingsaanwas — en de gevolgen daarvan. Immers, het aanbod op de arbeidsmarkt wordt gevormd door de overlevenden, die van 15 tot 65 jaar geleden geboren zijn; de bevolkingsaanwas van nu, doet dus zijn invloed pas ten volle gelden na verloop van een twintigtal jaren. Maar behalve deze werking in de toekomst, kan een land, welks bevolking grootendeels leeft van handel met en invoer uit het buitenland, het stadium van overbevolking reeds bereikt hebben, lang voordat de symptomen daarvan zich voordoen, en wel omdat de mogelijkheid van voorziening in de behoeften afhankelijk is van allerlei onzekere factoren. Groeit in gunstige tijden de bevolking tegen de grens van bestaansmogelijkheid aan, dan is er een teveel in ongunstige tijden. Waar het bovendien nog mogelijk is eenigen tijd te teren op de vruchten van vroeger opgespaard kapitaal, van vroegeren arbeid (een in den tegenwoordigen tijd helaas geen onbekend verschijnsel), bewijst het feit dat men nog niet met zekerheid symptomen van overbevolking constateeren kan, nog niet dat er ook nog geen overbevolking zou zijn.

Maar deze verhouding tusschen de behoeften der bevolking en de mogelijkheid daarin te voorzien, is zelf allerminst constant: deze mogelijkheid kan grooter of kleiner worden, en behoefte is een relatief begrip. Stelt de massa

ongeveer ƒ 1200 per hoofd was). Doch grooter waren nog de indirecte verliezen: de stilstand van productieve voortbrenging, de vernietiging van het ekonomisch organisme, en vooral ook de verliezen door den „vrede" veroorzaakt; verder is door het verlies aan menschenlevens het krachtigste deel der bevolking verminderd, het aantal onproductieve verbruikers dus in verhouding grooter geworden.