is toegevoegd aan uw favorieten.

De ontwikkeling der verbruikscoöperatie in Nederland

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— 39 —

Nog werd in 1866 te Deventer een winkelvereeniging gesticht met 44 leden en / 100.— kapitaal, welke vereeniging sterk met kapitaalgebrek te kampen had, daar de leden de winst steeds uitgekeerd wenschten te zien om daarmede hun landpacht (perceelenbezit) en in het najaar hun brandstoffen te kunnen betalen1).

Het jaar 1866 was dus wel vruchtbaar geweest voor de coöperatieve beweging; er kan nog aan toegevoegd worden, dat in dit jaar de Internationale Wérklieden-vereeniging aan de c. vn. het recht toekende, zich naar eigen goedvinden te ontwikkelen*). In het volgend jaar werden zij door de I. W. V. aangeduid als „ten doel hebbende een vierden stand te vestigen, waar beneden zich een vijfde stand, nog ellendiger dan deze, zou bevinden." Als afdoend middel ter verbetering van den toestand der arbeidende klasse, werd de coöperatie door deze dus allerminst gevoeld.

Vületard meent, dat men bier te doen heeft met „een gevoel van jaloezie tegen de geassocieerde arbeiders, die tengevolge van hunne intelligentie, hunnen arbeid en hun ordelievendheid, voor hun vereeniging en voor elk harer leden een klein of groot kapitaal hebben gevormd, dat zij niet willen deelen met minder intelligente, minder werkzame en minder zuinige kameraden". Alleen indien de vereenigingen absoluut „open" zouden zijn, konden zij worden aangemoedigd.

Het volgend jaar, 1867, werd door twee leerlingen der Staathuishoudkundige School te Gouda opgericht de „Spaarvereeniging der Ambachtsstand" om de stoffelijke welvaart van den „ambachtsman" te bevorderen. Zestien werklieden zouden gedurende s jaren 10 ct. per week storten alvorens tot oprichting eener winkelvereeniging over te gaan. Na deze 2 jaar was het ledental 83, terwijl ruim ƒ 600.— gestort was. Toen werd een winkel geopend, waarna het ledental en de omzet steeds toenamen. Voor 1873/74 wordt vermeld een ledental van 557, een gestort kapitaal van ƒ 3900.— en een omzet van / 56.000.—; bovendien was een leveringscontract gesloten met een vleeschhouwer en een bakker (reductie 2 ct. per brood), terwijl de

*) De Coöperatie 1874 No. 34. Het Rapport 1876 der Ned. Mij. voor Nijverheid en Handel bevond ultimo 1874 de toestand gunstig. Er waren 3 winkels en 200 leden met ƒ3000 kapitaal.

a) Edmond Vületard. Geschiedenis van de „Internationale". 1871, bl. 89.