is toegevoegd aan uw favorieten.

De ontwikkeling der verbruikscoöperatie in Nederland

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— 37 —

edities uitgegeven, waarvan één plaatselijke voor Goes en omstreken bestemd bleef. Van dien tijd dateerde de achteruitgang, daar vooral het locale blad, dat gelezen werd door de minstgegoeden, laag in prijs moest blijven en verlies gaf onder het nieuwe régime.

Toen het gat, ondanks welwillende steun van derden, met meer te stoppen was, moest de uitgave gestaakt worden; in de laatste nummers was overigens van de coöperatieve beweging weinig meer gerept

Ook verscheen in 1874 de derde brochure in de reeks „Coöperatie", uitgegeven door de te Utrecht benoemde propaganda-commissie. Dit derde deel, van Goeman Borgesius, handelde over „Rechtspersoonlijkheid der cv."

Het vierde volgde weldra van de hand van Mr. de Witt Hamer „Over productievereenigingen." Alleen langs lijnen van geleidelijkheid zou volgens hem het doel kunnen worden bereikt. Hij beantwoordde de vragen hoe de arbeiders aan kapitaal en de noodige ontwikkeling konden komen. Het eerste alleen door sparen, vooral géén hulp van buiten; voor het tweede waren coöperatieve voorschot- en winkelvereenigingen goede oefenscholen om den gemeenschapszin te ontplooien en wellicht gaven zij ook gelegenheid tot intellectueele ontwikkeling, doch hierbij moest de Staat steunen met kosteloos herhalings- en voortgezet lager onderwijs. Tot slot gaf de schrijver de bekende regelen bij de oprichting van een productieve associatie in acht te nemen.

Wat betreft het jaar 1872 kan hier eerst nog gewezen worden op de vergadering den aosten April te Amsterdam gehouden door de Vereeniging voor de Statistiek in Nederland *) waar aan de orde kwam de vraag: „In hoeverre is Staatshulp wenschelijk tot vestiging of instandhouding van arbeidersvereenigingen ?" Tot dus-

*) Bymholt (t.a.p. bl. 232) geeft ten onrechte als redenen voor het verdwijnen van De Coöperatie, dat „de verschillende leden der redactie naar elders waren verhuisd, de coöperatiecommissie weinig meewerkte, de coöperatieve beweging in Nederland burgerrecht had verkregen en in de Werkmansbode de coöperatie voldoende werd besproken."

2) Staatk. en Staathuish. Jaarb. 1873, bl. n.