is toegevoegd aan uw favorieten.

De ontwikkeling der verbruikscoöperatie in Nederland

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— 6a —

bond zoo niet worden, omdat vele c.vn. speciaal die van de arbeiders, niet wilden toetreden tot eenigerlei verband met E. H.

2. De geldende organisatie der coöperatie in Nederland was onlogisch (2 zwakke centra), onjuridisch (omdat ze een curateele over c. vn invoerde, die ons recht niet kende), verward (omdat ze talrijke organen naast elkander schiep met weinig verschillende taak).

3. De bond kon zich niet organiseeren zooals buitenlandsche zustervereenigingen, omdat tengevolge van de bestaande verwarring noch de finantieele, noch de persoonlijke krachten hem konden toevloeien, die noodig waren zoowel voor propagandistischen als voor organisatorischen arbeid.

4. Reeds vele niet-Eigen Hulp-c. vn. behoorden tot den bond. Wilden zij blijven en andere kunnen toetreden dan moesten de

besluiten van haar A. V. bindend zijn, zonder dat eerst een ander lichaam hierover moest oordeelen.

E. H. antwoordde hierop, dat van afscheiding geen sprake kon zijn en de voorstanders van afscheiding besloten de beide bovengenoemde punten van 1904 op de A. V. van den N. C. B. in 1905 weer in bespreking te brengen en daar Prof. Treub ook tot scheiding adviseerde, werden zij aangenomen.

Een en ander werd aan E. H. medegedeeld en aan de correspondentie over de goedkeuring door E. H. van deze daad werd een einde gemaakt door het verschijnen van de notarieele acte in de St. Ct. van 10 Maart 1906 No. 58, waarin de statutenwijziging officieel werd geconstateerd met terzijdestelling van art. 44.

Het hoofdbestuur van E. H. verklaarde evenwel deze handeling met alle gevolgen van dien nietig, maar aangezien vele der deelgenooten van den N. C. B., die aan de afscheiding hadden medegewerkt, tevens tot E. H. behoorden, werd het wenschelijk geacht de A. V. hierover te hooren. Deze werd 14 Juli 1906 gehouden en sanctionneerde niet hetgeen had plaats gevonden, maar verklaarde, dat de N. C.B. met langer beschouwd zou worden als een algemeene afdeeling van E. H., dus als zoodanig werd geacht te zijn opgeheven.

En het is deze „opheffing" geweest, die aan den bond eerst de gelegenheid gaf zijn vleugelen uit te slaan.

Omtrent de ontwikkeling van den bond tot 1907 geven de volgende cijfers een beeld *):

*) Jaarverslagen N. C. B.