is toegevoegd aan uw favorieten.

De ontwikkeling der verbruikscoöperatie in Nederland

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— 68 —

der beide kamers was. doch zelfs werd het voorstel, dat de goede oplossing gaf (omdat de H. K. voor een absoluut zelfstandig bestaan nog te jong was) met groote meerderheid verworpen. Dit laatste voorstel beoogde de deelgenooten, die belang hadden bij de H. K. vrij te laten daarvan lid te worden zonder tevens lid te moeten zijn van de Raadgevende Kamer.

Wel gingen zoo nu en dan stemmen op om verandering in den bestaanden toestand te brengen, doch het duurde tot 1910 alvorens er een definitief voorstel tot scheiding kwam. De bondsraad zeide een praeadvies toe, dat in het volgende jaar verscheen. Daarin gaf hij te kennen wel te willen medewerken zoo de scheiding juridisch mogelijk zou zijn zonder statutenwijziging1). Toen de A. V. dan ook haar meerderheid gaf aan een motie van een der deelgenooten, waardoor de scheiding tot een zuiver juridische kwestie werd gemaakt, -werkte de bondsraad in die richting het plan verder uit en werden ontwerp-statuten voor een zelfstandige H. K. tegen de volgende jaarvergadering aan de deelgenooten rondgezonden. Zij werden in 1913 te Arnhem in beginsel aanvaard.

Er deden zich nu reeds dadelijk moeilijkheden voor met de kwestie welke rechtsvorm aan het nieuwe instituut gegeven diende te worden. Om statutenwijziging te voorkomen werd overwogen de H. K. een „stichting" te maken van den N. C. B. Het idee van verplicht lidmaatschap van een bond voor de deelgenooten der H. K. wilde men bovendien ongaarne verlaten. De bondsraad won het advies ■van Prof. Treub in en tenslotte werd aan de A. V. voorgelegd en door deze aangenomen (26 Sept. 1914)2), dat de H. K. eene zelfstandige cv. zou worden met eigen rechtspersoonlijkheid, welker statuten o.a. bevatten de bepalingen: a) elke deelgenoot moest lid Zijn van een nationalen bond van c. v.n; b) 10 % van het batig bedrijfsoverschot werd bestemd voor propaganda der coöperatie en verdeeld onder de verschillende nationale bonden, waarvan de leden tevens deelgenooten waren der H. K. en wel in verhouding van den geheelen omzet dier leden als deelgenooten der H. K.3)

Hiermede was eindelijk de juiste oplossing gevonden. Immers

*) Jaarverslag N. C. B. 1912/13.

') Jaarverslag N. C. B. 1 Mei—31 Dec. 1914.

*) Deze fïnantieele band tusschen de bonden en de H. K. verviel door de Statutenwijziging der H. K. in 1916.