is toegevoegd aan uw favorieten.

De ontwikkeling der verbruikscoöperatie in Nederland

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— i63 —

iqi8 trad de coöperatieve Arbeidersbond uit deze commissie; de motieven van deze uittreding zullen hierna nog vermeld worden.

Meer activiteit ging uit van het op initiatief van den Bond van Arbeiderscoöperaties opgerichte Centraal Coöperatie Comité, dat reeds besproken werd op bl. 72 vg. Ook voor de verdere invloeden van de oorlogsjaren op de arbeiderscoöperaties kan verwezen worden naar hetgeen daaromtrent werd gezegd bij de behandeling der neutrale coöperatieve beweging in hoofdstuk II, daar de economische omstandigheden uiteraard de geheele verbruikscoöperatie als zoodanig troffen, terwijl daarnaast de coöperatieve centrales op het belangrijkste terrein, dat der levensmiddelenvoorziening, samenwerkten.

Op twee kwesties den Bond van Arbeiderscoöperaties betreffende moet nog even worden ingegaan, omdat deze verband houden met de toen op handen zijnde fusie in 1920.

Op bl. 162 werd aangestipt hoe door de gemeenschappelijke duurtebestrijding vanaf 1915 de band tusschen de arbeidersverbruikscoöperatie, de politieke partij en de vakbeweging, welke aanmerkelijk verslapt was, weer tijdelijk werd aangehaald. Die verslapping dateerde, als vermeld, van 19x1/12, na de motie der S. D. A. P. betreffende de erkenning der verbruikscoöperatie als een zelfstandige beweging tot verbetering van den toestand der arbeidende klasse. Reeds werd opgemerkt, dat in verschillende kringen der S. D. A. P. verzet werd aangeteekend toen in 1918 de coöperatieve Arbeidersbond de zilveren koorde met de arbeidersbeweging doorsneed. Een geheel nieuw geluid werd in dien tijd gehoord onder de sociaal-democratische arbeiders-coöperatoren. Gezien de geschiedenis van deze verbruikscoöperaties, mag hier wel van „omslag" gesproken worden evenals dit het geval was geweest omstreeks 1896. Toen betrof het de houding van de partij en de vakbeweging tegenover de verbruikscoöperatie der arbeiders, thans betrof het de houding van die inmiddels ontwikkelde verbruikscoöperatie tegenover de politieke en de vakbeweging. De onafhankelijkheidszin komt afdoende tot uiting in de volgende passage uit het jaarverslag van den coöperatieven Arbeidersbond over 1918: „Wij dienen krachtig stelling te nemen tegen elke poging die gedaan wordt om beslag te leggen op de eigendommen onzer coöperaties en mogen niet dulden, dat deze