is toegevoegd aan uw favorieten.

De ontwikkeling der verbruikscoöperatie in Nederland

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— 104 —

dienstbaar gemaakt worden aan partijinstellingen"1). Als uiterst consequentie van zijn stelling nemen tegen het verzet der S. D. A. I tegen de afschaffing van de 10 % uitkeering aan de arbeidersbewc ging, verbrak de bond ook de relatie bestaande in zijn deelnemin aan de Centrale Commissie voor de Levensmiddelenvoorzieninj Het terrein voor een fusie met den N. C. B. werd zoodoende du langzamerhand geëffend.

Er zij hier nog op gewezen, dat in den laatsten tijd de S. D. A. I de beteekenis der verbruikscoöperatie minder hoog aanslaat en mee direct streeft naar overheidsbedrijf voor de voorziening met dage lijksche levensbenoodigdheden, zooals dat te Amsterdam op klein schaal geschiedt. De verbruikscoöperatie wordt nog slechts al tusschenvorm dienstig geacht ■).

Wat betreft de verhouding van den Arbeidersbond tot de vakbe weging, ook daar trad hij meer onafhankelijk en zelfbewust op * Bij het tot stand komen van de nieuwe collectieve arbeidsovereen komst (zie bl. 155 noot) in 1918 was de coöperatieve bond minde toeschietelijk geweest en in conflict gekomen met den Bakkersbonc Verkorting van den arbeidsduur voor het personeel der arbeiders coöperaties vormde eveneens een punt van wrijving tusschen dei Bond van Arbeiderscoöperaties en de commissie uit het N. V. V. © de S. D. A. P., op het congres te Rotterdam ingesteld ter door voering van den eisch van een 8-uren dag. De bond beriep er zich op dat hij niet als de vakbond alleen rekening had te houden met d stoffelijke belangen van de werknemers in dienst zijner deelgenoo ten, doch vooral daar was om de belangen der economisch-zwakk verbruikers te beschermen ! Uit dien hoofde kon de bond den acht urigen werkdag niet aanvaarden, daar dit verhoogde exploitatie kosten zou meebrengen ten nadeele van den arbeider-consumenl Hier stelde dus de bond het verbruikersbelang weer boven politiek en vakbewegingsbelangen. Met de oude opvatting van 1900 dat „d coöperatie wat loon en arbeidsvoorwaarden betreft toonaangeveni moet zijn, (waarnaast) de vakvereeniging zich zal moeten inspannei dezelfde voorwaarden in het niet-coöperatief bedrijf ingevoerd t»

*) T.a.p. bl. 49.

*) Zie: Het Socialisatievraagstuk. Rapport uitgebracht door de Commissi aangewezen uit de S. D. A. P. igao, bl. 36 en 37. 3) Jaarverslag Bond van Arb. Coöp. 1918, bl. 50 vg.