is toegevoegd aan uw favorieten.

Universalisme en particularisme in den aanvang van het Hellenistisch tijdperk

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

9

voorlooper is, en daardoor ook hemzelf beter begrijpen, de verpersoonlijking van den Griekschen geest in al zijn grootheid en zwakheid. Hij ziet de betere toekomst en kan toch het verleden niet loslaten. Hij wil de eenheid der Grieken en hij wil ook de middelen aangeven om er toe te geraken; maar in den aanvang stelt hij nog de stad Athene in het middelpunt van zijn gedachten en van het Grieksche volk: Athene moet de leiding nemen van. den stedenbond; en telkens vlamt nog zijn haat op tegen Sparta, dat zijn stad heeft vernederd, hoewel het zich niet meten kan in grootheid van verleden. De gedachte die in hem rijpt, komt pas voldragen tot uiting, als .hij een oud man is geworden: niet Athene, noch eenige stadstaat kan de eenheid en de verdediging leiden; de redder moet komen van buiten de particularistische wereld, waarin Isocrates leeft.

Zonder twijfel is zijn stem niet de eenige geweest; wij vinden aanduidingen van deze gedachte ook bij anderen9); maar zeker was zij bet krachtigst en het welsprekendst. En de man, die door hem geroepen werd, liet niet op zich wachten.

Het was Philippus van Macedonië, die met zijn zoon Alexander' voor korten, maar onberekenbaar-gewichtigen tijd het Grieksche particularisme zou bedwingen en er eerst de pan-helleensche, door zijn opvolger ook de universalistische gedachte voor in de plaats zou stellen. Het verhaal gaat, dat toen hij na lang onderhandelen den gezamenlijken Grieken een veldslag leverde en hen verslagen had, de grijze Isocrates korten tijd daarna is gestorven. Maar Philippus, en Alexander de Groote na hem, hebben bijna punt voor punt het programma verwezenlijkt, dat hij had opgesteld. Philippus kwam niet als onderdrukker, maar als vredebrenger. Slechts in enkele steden legde hij een bezetting, allen liet hij de zoo zeer begeerde autonomie. Ter wille van den onderlingen vrede vereenigde hij de steden in een statenbond; met diens hulp bereidde hij den nationaal-Griekschen vergeldingsoorlog voor tegen Azië, tegen den Perzischen koning.

Wat mag de oorzaak van deze onverwachte lankmoedigheid en van deze liefde bij den Macedoniër voor de pan-helleensche gedachte zijn geweest? Zonder twijfel Jgolden voor haar in de eerste plaats politieke overwegingen. Philippus wilde, naar het