is toegevoegd aan uw favorieten.

Universalisme en particularisme in den aanvang van het Hellenistisch tijdperk

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gelijk wij zien zullen in den aanvang ook die van Alexander — gebaseerd schijnen op het door Isocrates ontworpen programma, wijkt hij in een enkel karakteristiek punt van hem af. „Gezanten uit de grootste steden", had Isocrates hem geschreven, „zullen naar Uw rijk komen en met hen zult gij beraadslagen over het behoud der gemeenschap." Maar als Philippus de Grieken heeft overwonnen, laat hij niet hen tot zich naar Macedonië komen om hun de regelen voor het behoud der gemeenschap op te leggen; hij zelf komt naar Corinthe om, zeker met al de autoriteit van zijn gezag, maar dan toch niet als overheerscher doch in gezamenlijk overleg, over den onderlingen vrede te spreken. Zóó zeer was hij van oordeel, dat Grieksche aangelegenheden in Griekenland met de Grieken zelf moesten worden besproken, in dien geest van welwillendheid, dien onze bronnen telkens vermelden 13).

Ik geloof, wij mogen uit dit alles twee leidende principes van zijn politiek en zijn persoonlijkheid afleiden; principes, die door zijn zoon bewust of onbewust, door diens opvolgers zeker met bewustheid zijn overgenomen en die tot in verre tijden hun invloed hebben doen gelden: zij zijn in de eerste plaats liefde en bewondering voor den Griekschen geest, in de tweede verzoeningsgezindheid en toegeeflijkheid tegenover de opvattingen en de gewoonten van den overwonnene. Deze principes, die diplomatieke berekening met idealistische overwegingen verbinden, waren ook het oudere Griekenland niet vreemd geweest; men denke aan Sparta's weigering na den Peloponnesischen oorlog, om Athene, dat „in de grootste gevaren, die over Griekenland waren gekomen, dappere daden had verricht," te verwoesten. Zij zijn ook in lateren tijd, en niet door de minste der staatslieden, veranderd naar de omstandigheden, gehuldigd en hebben grooten invloed gehad op het lot der menschheidw). Van enghartig standpunt gezien was de toegeeflijkheid der Spartanen tegenover Athene verkeerd en Sparta heeft voor een deel den val van eigen grootheid er aan te wijten; maar met wijderen blik beschouwd heeft deze daad recht op den dank der eeuwen, omdat zij de Atheensche beschaving voor ons heeft behouden. Ook de pan-helleensche bond, waaraan Philippus autonomie had geschonken, is na luttel aantal jaren vrijwel weer verloren gegaan; maar de hooge geestelijke waarden, die,