is toegevoegd aan uw favorieten.

De leer der zielsvermogens

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

44

overzicht van de geschiedenis der vermogensleer

vorm „warmte"; dat hij een steen is aan de substantieele vorm „steenheid" (lapiditas). Onder de substantieele vormen is er verschil tusschen zulke, die in de stof opgaan (inhaerente vormen), en zulke, die boven de stof uitgaan (subsistente vormen). De eerste kunnen niet bestaan zonder een zekere stof, en wordt die stof b.v. uit elkaar geslagen, dan gaat de vorm te niet; dit is het geval met de dierenzielen. De subsistente vorm kan ook op zichzelf bestaan, zóó is de ziel van den mensch.

We moeten hierbij denken aan wat we bij aristoteles vonden: de werkelijkheid of vorm van een ding is zijn wezen en zijn doel. Het wezen en doel van een huis is zijn functie als beschutting tegen weer en wind; dat maakt het huis tot een huis; het wezen en doel van een oog is het zien, dat maakt het tot een werkelijk oog. Ieder ding bestaat om zijn eigenschap of functie. Vandaar het hooge belang van den „vorm", 't Geen er toe brengt, dien vorm in de dingen te maken tot reëel agens, tot werkenden vorm. Dit is bij Thomas consequent doorgevoerd.

16. Onze conclusie aangaande dit in THOMAS herboren Aristotelisme is, dat het niets begrepen en niets geleerd heeft.1) Men mag de scherpzinnigheid waardeeren, waarmee THOMAS de plooien van het vormbegrip heeft gladgestreken. Ook bewonderen we den omvang van zijn werk, zijn systematische behandeling, zijn onvermoeid wentelen der begrippen, zijn helderheid. Waarlijk aan dezen vorm van scholastiek is niet te verwijten, dat te subtiel is geredeneerd — het is met groote kunst geschied, alleen niet kritisch en dus niet consequent genoeg. De oude begrippen moesten, als 't even kon, worden gehandhaafd. Doch wat in den tijd van aristoteles een Errungenschaft was, werd nu langzamerhand een anachronisme. clemens B/eumker maakt een tegenstelling tusschen Thomas met zijn indeeling der vermogens en een WlTELO, die op voorgang van AviCENNA de psychische werkingen analyseert *)• Op zichzelf was dit nog geen bezwaar: THOMAS was nu eenmaal een systematicus en niet als zijn leermeester ALBERTUS ook man van de empirie.

') Hiermede wordt allerminst bedoeld tekort te doen aan de groote figuur van Thomas van Aquino op wijsgeerig en theologisch gebied. Maar zakelijk schijnt het jammer, dat hij aan den vorm van Aristoteles' stelsel is blijven hangen.

2) WlTELO. 1908. s. 624.