is toegevoegd aan uw favorieten.

De leer der zielsvermogens

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

thomas van aquino

49

zij zelf werken dan toch, niet hun abstracte „wezen", alsof dat nog eens iets extra's zou zijn buiten de dingen om. Wil men 't begrip vormen van een onstoffelijk principe, dan kan dit slechts, blijft men op realistisch standpunt staan, naar analogie van tweeërlei ervaringsfeiten. Of men neme tot grondslag het zelfstandig bestaan der dingen, en vorme een geestelijk substantiebegrip naar analogie van het stoffelijk. Of men ga uit van de werkende eenheid, die in ons bewustzijnsleven optreedt en die we ons Ik noemen. In beide gevallen behoudt men de moeilijkheden, die voortspruiten uit de vraag naar verhouding van stof en geest, naar hun verband en wisselwerking. Maar men heeft dan toch die moeilijkheden niet ontslopen, zooals men doet, wanneer men 't vormbegrip losmaakt van zijn correlaat, 't stofbegrip, en vormen tot dingen maakt.

Trouwens, al mag in het stelsel van thomas de tegenstelling en onvergelijkbaarheid van stoffelijke en geestelijke werkelijkheden schijnbaar overwonnen zijn, dan blijft er nog een tweede dualisme, dat evenzeer bij thomas wordt weggewerkt Het is de tegenstelling: bewustzijn en buitenwereld. We wezen er reeds op dat thomas het eigenaardige der bewustzijnsfeiten tegenover het stoffelijke niet erkent Waarneming, herinnering, ja ook gevoel zijn veranderingen in stoffelijkheden. Zooals Aristoteles zegt: het zinsorgaan neemt de vormen der dingen op, zonder de stof. Eerst bij de begrippen komt er iets nieuws, deze zija niet meer als vorm van een lichaamsorgaan op te vatten, maar bestaan als werkelijkheden in de denkziel. Aldus is gemaskeerd de overgang van het physische feit der orgaanverandering (zintuigsprikkeling), tot het bewustzijnsfeit van waarneming en voorstelling. Men vejwvondert zich niet over het feit van het bewustzijn. Er is immers^geen principieel onderscheid tusschen het wit in mijn aanschouwing en het aanschouwde wit aan den wand. De vorm in mij die zie, is gelijksoortig met den vorm in het geziene. Ja zelfs van de begrippen geldt, dat ze niet iets nieuws brengen, dat andersoortig zou zijn dan de dingen der buitenwereld. Die dingen toch bevatten reeds de denkbaarheden „in mogelijkheid".

In elk geval, Thomas had een zielsbegrip gevormd, dat uitnemend geschikt scheen den overgang te vormen tusschen de wereld van het anorganische en de wereld der zuivere geesten. Eenerzijds was de ziel als vorm zoo nauw met de stof verbonden, dat de eenheid van het menschelijk bestaan boven alle dualisme verheven was, anderzijds was de ziel als niet-stof het type van de onstoffelijke engelen.

Zielsvermogens 4