is toegevoegd aan uw favorieten.

De leer der zielsvermogens

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

84

de bestrijding der vermogensleer

uitvalt, hoe meer de vaardigheid toeneemt 1 (Werke VI, 78, 79).

Wat herbart tegen de vermogensleer had in te brengen komt alzoo neer op de volgende punten:

1°. het begrip vermogen in den zin van mogelijkheid zegt niets, het moet vervangen worden door kracht;

2°. een veelheid van krachten is evenwel in strijd met de enkelvoudigheid der ziel;

3°. derhalve blijven de vermogens alleen over in den zin van klasse-begrippen, maar als zoodanig vormen ze een systeem van classificatie, dat niet past op het werkelijk zielsgebeuren;

4°. daarbij worden deze soort-begrippen opgevat als werkelijke wezens, die in causaal-verband staan, wat tot ongerijmdheden aanleiding geeft

25. Aangaande deze bestrijding van de vermogensleer door HErbart — en hij valt ze aan, waar hij maar kon — moet het volgende worden opgemerkt. herbart bestreed blijkbaar de vermogenspsychologie zooals die in 't laatst der 18e en 't begin der 19e eeuw op allerlei wijze en in allerlei vormen in Duitschland werd aangetroffen. Daarbij was hij, ook al zou men herbarts standpunt innemen, niet geheel billijk. Dat vermogen als bloote mogelijkheid weinig zegt — hij was niet de eerste, die het zag. De vermogenstheoretici geven het toe, Wolff zegt het feitelijk ook al, en wil als grond van het gebeuren de èène voorstellingskracht hebben. Zoo waren er meer, hoewel kant de veelheid van krachten niet strijdig achtte met de eenheid der substantie. herbart doet in zeker opzicht niet anders dan vele vermogenspsychologen, die alle verschijnselen in de voorstellingskracht gegrond zagen; alleen geeft hij een andere verklaring van de toedracht Dan, wat zijn bezwaren tegen de classificatie betreft, reeds velen erkenden dat ze niet volmaakt was, dat ze trouwens tot doel had een overzicht te geven, en een volgorde van behandeling. Met zijn critiek op de uitwassen als personificatie en causaalverklaring in den trant van maass had hij zeker recht maar zij waren niet noodwendig met de vermogensleer verbonden. Was herbart wat minder polemisch van aard geweest, 't ware hem niet onmogelijk geweest zijn beschouwingen in het ietwat slappe vermogenscorset dier dagen in te rijgen.1) En

') Wat hij trouwens ook doet in zijn Lehrbuch zur Psychologie.