is toegevoegd aan uw favorieten.

Overzicht van de internationaalrechtelijke betrekkingen van Nederlandsch-Indië (1850-1922)

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

18

BESTUUR.

Gevallen No. 40, 41 en 42.

en geen diplomatiek vertegenwoordiger, en daarom zijne activiteit, waardoor hij ons zeven maanden lang steeds op de hoogte hield van wat er in de Atjehsche club te Singapore gebeurde, dubbel gewaardeerd moest worden.

Inderdaad is het de vraag, of Studer ook door zijne Regeering zou zjjn gedesavoueerd, indien hij het Indische Gouvernement was vóór geweest en handelend was opgetreden. De verwikkelingen waarin wh' dan met de Ver. Staten zouden zh'n geraakt, waren niet te overzien.

Wh' hebben hier een voorbeeld van diplomatiek optreden van een (gekozen) consulair ambtenaar in geval van dringende noodzakelijkheid.

Zooals bekend leidde dit dreigen van buitenlandsche invloeden in Atjeh, waar wh' na 1871 (traktaat met Engeland van N. S. 1872 : 18, I.S. 1872 : 94) de vrh'e hand hadden, in 1873 tot een ultimatum en tot den oorlog.

Tenslotte wordt nog gewezen op een uitlating van den heer J. T. Cremer in diens gedenkschriften in het Haagsch Maandblad van Pebr. 1924 (bl. 252) waar de juistheid der mededeelingen over deze aangelegenheid wordt in twijfel getrokken. De hypothetische wijze waarop dit gebeurt en het ontbreken van argumentatie geven m. i. geen aanleiding hierop in te gaan.

J. C. A. Bannink. Onze diplomatieke en consulaire dienst enz. Mil. Speet. 1910. bl. 358 e. v.

GEVAL No. 41.

1872/78. Bezoeken van onze diplomatieke en consulaire ambtenaren in het Verre O. aan Java.

In het laatst van 1872 en in het begin van 1873 werd zoowel de nieuwbenoemde Nederlandsche consul-generaal en zaakgelastigde in China, als de nieuwbenoemde Nederlandsche minister-resident in Japan in de gelegenheid gesteld om, ter verzameling van voor hun nieuwen werkkring nuttige inlichtingen omtrent de belangen van Ned. Indië, op hunne reis naar het Verre Oosten Java aan te doen, teneinde zich met den Gouv.-Generaal en de door dezen aan te wijzen autoriteiten in aanraking te stellen. Dit is het oudste mij bekende bericht uit de behandelde periode, dat er op wijst, dat men het belang inzag van kennis van Ned. Indië bij onze vertegenwoordigers in het Verre Oosten.

Kol. Versl. 1873, bl. 3.

GEVAL No. 42. 1873. De concessie der Eastern Extension Australasia and China Telegraph Company Ltd.

De oorspronkelijke concessie werd op 3 Mei 1870 door de Ned.