is toegevoegd aan uw favorieten.

Overzicht van de internationaalrechtelijke betrekkingen van Nederlandsch-Indië (1850-1922)

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

85

BESTUUR.

Gevallen No. 214, 215, 216 en 217.

afkomstige producten nog aan het algemeene tarief onderworpen. Teneinde ook voor deze eenige voordeden te verkrijgen werden verderè onderhandelingen tusschen beide Regeeringen gevoerd. Ned. Or. boek 1909/1910, bl. 10—11.

GEVAL No. 215.

1909. Toen in de Straits-Settlements was besloten tot invoering der Opiumregie, werd door den Ned. Consul-Generaal te Singapore, op verzoek van de Ind. Reg. aangedrongen op het opnemen in de nieuwe verordeningen van bepalingen tot tegengaan van den sluikhandel tusschen Singapore en Java. Na veel schriftelijke en mondelinge gedachtenwisseÜng is aan de wenschen der N. I. Reg. tegemoetgekomen.

Ned. Or. boek 1909/1910, bl. 163.

GEVAL No. 216.

1909. Ook de Ned. Consul te Tientsin verleende hulp en steun aan Ned. Ind. onderdanen.

Ned. Or. boek 1909/1910, bl. 163.

GEVAL No. 217. 1909. Ned. Indië vertegenwoordigd te San-Francisco.

Namens den Staat Californië deed de Amerikaansche Regeering aan de onze eene uitnoodiging toekomen om een of meer oorlogsschepen naar San Prancisco te zenden ter bijwoning van de feesten die aldaar van 19—23 October werden gevierd tot herdenking der ontdekking van de baai van San-Francisco door Don Gaspar de Portola en tevens tot viering van den wederopbouw der stad na de groote aardbeving.

Het Ned. pantserdekschip „Noord-Brabant" werd ter vertegenwoordiging van Nederland en Ned. Indië derwaarts gedirigeerd. Half September verliet het de Indische wateren.

De uitnoodiging werd tot de Ned. Regeering gericht. Men bèschouwe haar echter in het licht van de bewoordingen van het Ned. Oranjeboek volgens welke „in de eerste plaats werden uitgenoodigd alle Staten die grondgebied of bezittingen aan den Stillen Oceaan hebben" en die van het Kol. Verslag, die spreken van eene vertegenwoordiging door de „Noord-Brabant" van „Nederland en zijne koloniën".

In dit verband blijkt dat hier wel degelijk van eene vertegenwoordiging Van Ned. Indië sprake is. Kol. Versl. 1910, kol. 4. Ned. Or. boek 1909, bl. 72.