is toegevoegd aan uw favorieten.

Overzicht van de internationaalrechtelijke betrekkingen van Nederlandsch-Indië (1850-1922)

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

140

A. EENZIJDIGE REGELING.

Gevallen No. 349, 350 en 351.

GEVAL No. 349. Jav. Ct. van 8 Juli en 22 Aug. 1855, Ned. St.Ct. van 3 Oct. 1855.

Mededeelingen van het Gouvernement der Philippjjnen aan de Ned. Ind. Regeering, en op verlangen dier Spaansche Overheid bekend gemaakt, nopens de openstelling voor den handel van de havens Sual in de pwwüwieFangasinan, en Zambaango en Hoilo in de geüjknamige provinciën, alsmede betreffende de oprichting van tolkantoren in die plaatsen.

Hier wordt een internationaal belang nationaal geregeld, van welke regeling echter aan den belanghebbenden Staat wordt kennis gegeven.

Kol. Versl. 1855, bl. 429.

GEVAL No. 350.

I. S. 1857 : 17. Opheffing van alle belemmeringen voor het vervolg v. z. v. aangaat de vaart op en van Bali en Lombok naar en vgn W. L havens, ook voor niet in N. I. thuisbehoorende vaartuigen.

GEVAL No. 351.

1859. Meerdere havens in Ned. Indië opengesteld voor den algemeenen handel. Deze openstelling is te beschouwen als voortkomende uit de veranderde houding, sedert 1850 in Nederland ten opzichte san den vrijhandel aangenomen. Nederland huldigde sedert dat jaar den vrijen handel, werkte Engelands handel niet langer tegen en wilde dat dus ook in Indië niet langer doen. Dit gaf eene toenadering, welke ten slotte tot het Sumatra-contract van 2 Nov. J871 leidde. Blijkbaar is deze geheele aangelegenheid in Nederland geregeld geworden.

— Betoog voor openstelling: T. v. N. I. 1855, II, bl. 351.

— Adhaesie van H. Muller Szn. aan deze openstelling: Econ. 1859, bl. 358—361. Zie nog Econ. Bjjblad 1859, bl. 28, 95, 348; 1860, bl. 393.

— Rapport dd. 21 Januari 1859, No. 18, aan den Koning, van den Min. v. Kol. J. J. Rochussen, naar aanleiding van adressen van een aantal handelshuizen te Amsterdam, Rotterdam en Dordrecht over de openstelling van 19 nieuwe havens in Ned. Indië. Mner. Havens N. I., bl. 65. (Op bl. 66 aldaar de missive van den Mm. v. Kol. waarbij hij de adviezen der betrokken Kamers van Koophandel vraagt en op bl. 70 een brief aan de K. v. K van Rotterdam tot verdediging zijner gedragslijn).

— Latere openstellingen: I. S. 1883 : 168 ; 1895 : 187 (Bali en Lombok); 1896 (I. S. : 64 Sabang). Zie nog I. S. 1900: 150; 1908 : 203, 244. Ten slotte N. S. 1912 : 476.