is toegevoegd aan uw favorieten.

Overzicht van de internationaalrechtelijke betrekkingen van Nederlandsch-Indië (1850-1922)

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

205

B. TWEE- OF MEERZIJDIGE REGELING

Gevallen No. 497, 498/499, 500, 501 en 502.

— Prof. v. Eysinga in Jaarb. Grotras 1919/20, bl. 13.

— Lucardie, Zuidzee, bl. 141 v.v.

— Mededeelingen van Min. van Karnebeek Hand. Tweede Kamer 9 Febr. 1922, vel 385, bl. 1488.

GEVAL No. 498/499.

N. S. 1889 : 74; 1904 : 122. I. S. 1904 : 443.

Uitleveringsverdrag met de V. S. van Amerika van 2 Juni 1887. Additionneele Conventie van 18 Januari 1904 ter uitbreiding tot de wederzijdsche overzeesche gebiedsdeelen.

1. Zie boven.

2. Neen.

3. De aanleiding der toepasselb'kverklaring op Ned. Ind. zie Geval No. 322.

4. Voorbehoud t. a. van de Ned. Ind. wetgeving (art. I en II van de Additionneele Conventie).

5. Ja.

GEVAL No. 500.

N. 8. 1905 : 60; 1906 : 227.

I. S. 1905 : 270, 271; 1906 : 477,478.

Conventie met Frankrijk betreffende het totstandbrengen van Telegraafkabelverbindingen, van 6 April 1904. Gewijzigd op 21 Februari 1906.

1. Betreft speciaal Ned. Indië.

2. Neen.

3. —

4. Arbitrageclausule. (Art. XI van I. S. 1905 : 271).

5. Ja.

GEVAL No. 501.

N. S. 1905 : 249; 1910 : 240. I. S. niet afgekondigd.

Arbitragetractaat met Frankrijk van 6 April 1904. Hernieuwd op 26 December 1909.

GEVAL No. 502. 1905. Association Internationale de Sismologie. Is niet in het Staatsblad verschenen.