is toegevoegd aan uw favorieten.

Het boek der duizend vragen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

57

schrift blijkt: «Ju_ Jja Het hs. omvat 50 folia, van 25 X 15. 17 X 10 cM., elke bladzijde telt 12 regels. De colophon vermeldt als afschrijver cAbd Allah Mascüd, die zijn werk in Rabïc al thanï 1024 H., dat is Mei 1615, voltooide. Op het eind staan eenige Hollandsche woorden bijgeschreven, die een interessant licht werpen op de herkomst van het hs.: No. 10—. mamets disfmyt tegen een joods rabyn. Deze woorden zijn, volgens Brockelmann, van de hand van Cornelis vander Murter, een' zeventiende-eeuwschen Hollander, Compagniesdienaar in Voor-Indië, beoefenaar van Arabisch en Perzisch, verzamelaar van Oostersche handschriften. Verscheidene hss. te Hamburg zijn van hem afkomstig, blijkens aanteekeningen van zijne hand op schutbladen. Uit die aanteekeningen maken wij op, dat hij schrijver was in het khan (bedoeld zal zijn de khana) der Hollanders te Haidarabad '). Het ééne hs. noemt als afschrijver voor Vander Murter een' „molla" te Masulipatam in 16802), een ander hs. is gedagteekend van Golkonda in 16793); onder Golkonda zullen wij dezelfde stad moeten verstaan als Haidarabad4). Hoe de handschriften van dezen stillen liefhebber der Oostersche letteren hun' weg gevonden hebben naar Hamburg, is niet duidelijk; slechts dit staat vast, dat in de Hamburgsche verzameling ook van andere Hollandsche bezitters handschriften te land gekomen zijn, o. a. van Erpenius8) en Golius °). Voor ons intusschen blijft het voornaamste feit, dat in het rijk van Golkonda, Sjieïetisch van confessie, omstreeks 1680 n. Chr., dus nog vóór de verovering der hoofdstad door den rechtzinnigen Groot-Mogol Aurangzïb in

1) Brockelmann, a. a. O., S. 110. 2) Brockelmann, a. a. O., S. 83.

3) Brockelmann, a. a. O., S. 111.

4) In zeventiende-eeuwsche Hollandsche teksten staat „Golkonda" dikwijls voor de hoofdstad van het rijk van dien naam, Bhagnagar, het huidige Haidarabad. Zie H. Terpstra, De opkomst der Westerkwartieren van de Oost-Indische Compagnie, 's Grav. 1918, blz. 35.

5) Brockelmann, a. a. O., S. 49, 56.

6) Brockelmann, a.a.O., S. XII, 67, 131, 170, 244. — In hoeverre ook de Maleische hss., beschreven op S. 153 f., door Hollandsche tusschenkomst zijn verkregen, moge hier in het midden blijven; slechts zij mij vergund, erop te wijzen, hoe gewenscht een nader onderzoek is naar deze hss., waarvan drie reeds aan Hinckelmann hebben toebehoord en die met de hss. van Cambridge en Oxford tot de oudste Maleische hss. mogen gerekend worden die wij kennen. Het eerste hs. echter, N°. 293, is stellig geen Maleisch, maar een Javaansch hs. in pégon-schnït.