is toegevoegd aan uw favorieten.

Het proces van den apostel Paulus

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

66

Felix stadhouder van Judea is geweest. Dat zou dus slechts twee jaar geweest zijn. )

Toegestemd moet worden, dat deze verklaring van de woorden, zooals ze daar staan, veel rationeeler, in elk geval minder kunstmatig is dan de boven besprokene.2) Toch drukken ook haar ernstige bezwaren. Niet alleen het feit dat, zooals algemeen terecht wordt aangenomen, Felix in elk geval langer dan twee jaar stadhouder van Judea is geweest, maakt haar minder aannemelijk, maar vooral, dat Lukas zelf kort te voren spreekt van „nokkd ërt].'' Nu is het wel gemakkelijk met Wellhausen 3) Lukas hier een onnauwkeurigheid toe te dichten, maar zoo wordt een moeilijkheid niet op een bevredigende wijze opgelost. Het gaat toch niet aan Lukas van een dergelijke chronologische tegenstrijdigheid te verdenken. Met een „vi coactus" kan men zich hier niet dekken. Zeer ad rem is daarom de opmerking van Harnack: „Ihm (Lukas) ohne Not einen exorbitanten Widerspruch aufzubürden, ist misslich". 4)

c. Toegegeven, dat zoowel in het eene als in het andere geval een ernstige poging wordt gedaan om uit de moei-

*) Petavius, De doctrina temporum, Pars Ila, 1627, p. 319; Kellner, Histor. Jahb., 1887, p. 222 e.v.; Katholik, 1887, I, p. 147 e.v.; 377 e. v.; 1888, I, 377 e. v.; Ztschr. f. Kath. Theol. 1888, p. 638 e. v.; Valentin Weber, Krit. Gesch. der Exeg. des neunten Kap. des Romerbriefes, Diss. Würzburg, 1889, p. 189; Schwartz, Zut Chronol. des Paulus, Nachr. Gött. Ges. d. Wiss., Phil. Hist. KI., 1907. p. 294; WttLhausen, Krit. Analyse der Apostelgesch., Abh. der Kön. Ges. der Wiss. zu Göttingen, Phil. Hist. KI., Neue Folge, Bd. XV, no. 2, Berlin, p. 30.

*) Schwartz, Zut Chronol. des Paulus, p. 294. Hij is van oordeel, dat deze exegese door een „gesundes Sprachgebraucn wordt vereischt.

*) Wellhausen, Nachr. d.K. Ges. d. Wist. zu Göttingen, 1907, p. 8 e. v.

4) Harnack, Beitrage, Heft III, p. 25. A. 1.