is toegevoegd aan uw favorieten.

Het proces van den apostel Paulus

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

114

waarop de meening kan steunen, dat het edict „de temporibus accusationum" in dien tijd geplaatst moet worden en dat het meer speciaal is aan te merken als een edict van Nero, waarin verwezen wordt naar een vroeger edict van Claudius.

De geschiedboeken van Suetonius en Cassius Dio wijzen uit, dat Claudius een regeling getroffen heeft voor het geval, dat in een proces eeh der partijen niet verscheen. De waardeering van den genomen maatregel loopt echter bij deze geschiedschrijvers zeer uiteen. We gaan daar hier nu niet verder op in, doch hopen straks aan te toonen, dat dit niet zonder beteekenis is voor de dateering van het edict. Cassius Dio *) schrijft hieromtrent het volgende: „6 d'ovv KXavöiog xavxd xe ovtojg ënoaxxe, xai èjieidt] nXrj&ós xe dixcöv auv&qtov ijv xal oix dnrjvrwv ènaixde oi xt jiQoodox&vxec IXaxxm&tjoto'&ai, naaelne dtd nQoyQd/xuaiog 5xi xal xaxd dnóvxwv aix&v Ivxöc Qrjrrjg xivoc fjfisQag dixdaei, xal ivenédcoas xovxo.

Het was de gewoonte, dat vooral in strafzaken, waarin het om een doodvonnis ging, beide partijen aanwezig waren.2) Bij civiele zaken en andere strafzaken was dit, hoewel gewenscht, toch niet strikt noodzakelijk. Deze op zich zelf door de Romeinen hoog gewaardeerde regel leidde echter tot misbruiken, wanneer een der partijen wegbleef. Vooral in appèlzaken, waarover het hier gaat3), konden de gevolgen zeer ongewenscht zijn. Wat

*) Cassius Dio, 60, 28, 6.

^) Hand. 25 1 16" „Ovx toziv e&og'Pwfzai'oig, %aQi£sö&at rtva avfroconov, jzgïv ij 6 xazrjyoQovpisyoe xaxa noóooinov £%ol rovt xarrjyógovg, zónov ze djzoXoytag Xdfioi ntgl tov êyxXr/fiazog."

Mommsen, Strafrecht, p. 149; 333 e.v.; 398. *) Mommsen, Strafrecht, p. 473. A. 1.