is toegevoegd aan uw favorieten.

Het adatrecht van Bali

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

6

Hollanders dienst gedaan hebben *). In de nadere instructies meegegeven aan Jan Öosterwijck bij zijne reeds genoemde zending heet het van den Balischen vorst: „Voor dezen heeft den gemelten Coninck d'onse, vermits eenige vereeringen soo aan hem gedaan wierde, vrijheyt van tollen gegeven"8). De handel der Baliërs zelf was ook gereglementeerd: „Dezen Land-aard zijn hun Koning soodanig onderworpen tot soo verre dat se sonder sijn verlof op seekere Lijfstraffen niet mogen koopen nog verkoopen nog met vreemde Volkeren vets handelen dat se ook wel gehoorsaamen *).

De wijze waarop het recht op Bali gehandhaafd werd komt ook eenige malen in de compagniesgegevens ter sprake. In de evengenoemde instructie aan Jan Öosterwijck c.s. staat: ..principaelen, die ghü luyden wel een weynich vertrouwen meucht, sijn de naevolgende gequalificeerde persoonen die ons altijt eerlijcken hebben voldaan" (er worden zes zulke uitverkorenen opgenoemd), doch heet het verder „t Conde wel gebeuren, dat weijnige van dese persoonen aldaer vinden soudet, door de groote veranderinge ende strenge wetten, die gemelde regieringen, volgens de proceduyren des Conincx van Baly, onderworpen is"4).

Ook bij Lintgensz is reeds sprake van de „nauwe justycie". nl. geen andere ..dan mèt een cris, dat van huer poniiaerden sijn, het hart affgesteecken ende is aen een pael vastgebonden ende daerna begraeven" B). Uit een verhaal in het Dahg-Register blijkt dat de doodstraf ook wel door het beschieten met pijlen uit blaasroeren werd voltrokken, waarna de lüken der geëxecuteerden niet mochten worden begraven, ..maar sij moeten van de honden gegeten worden"4). Heurnius wist nog te vertellen dat te Gèlgèl de opperpriester „mede in 't gerichte sit over crimineele saecken" T).

Over de besturen van andere rechtsgemeenschappen dan de Balische rijkjes komen in de compagniesgegevens geene mededeelingen voor; noch van de désa noch van de waterschapsbesturen wordt gesproken. Wel blijkt de natte rijstbouw groote oppervlakten te beslaan en Lintgensz merkt reeds op: ..ende dit eijlandt nieuwers in can geliicken dan bij Jonck Hollandt van

bouwinge van de dorpen en de Steden ende is soo deurreten

van waeter, dat te verwonderen is; seggen die het heele landt deurloopt ende worden geleüdt van de groote rivieren af om het. te natten"). Uit het feit dat van vorstelüke rijstschuren gesproken

*) Litteratiraroverzicht blz. 297.

*) Leupe blz. 297.

*) Litteratuuroverzicht blz. 238.

*) Leupe blz. 9—10.

") Lintgensz blz. 220.

•) Litteratuuroverzicht blz. 297.

*) Heurnis blz. 259.

•) Lintgensz blz. 214.