is toegevoegd aan uw favorieten.

Het adatrecht van Bali

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

9

aleer dit kindt getroudt ofte 12 jaeren oudt is, dat heuren tn*t is om te trouwen, ende de dochters 9 jaeren oudt sijnde all het goet van den Kijloer wederomme aan den Coninck compt ende 't kindt op de ghenaede van den Coninck soude moeten leven"1). Mocht deze mededeeling juist zijn, dan werd destijds het tjampoetrecht uitgeoefend bij ontstentenis van mondige zoons.

Ten slotte zij opgemerkt, dat „een onvermogende, die zijn schuld niet betalen kan, dan slaaf moet worden" (gegeven uit' 1783) *).

Met deze bloemlezing uit Compagniesbescheiden moet worden volstaan; eenigen indruk van hetgeen van Bali toen wel en niet bekend was kan ze wel leveren en dan treft het al dadelijk, dat het Hindoeïsme, met het daaraan verbonden kastenwezen, geheel onbesproken blijft. Weliswaar komen de titels voor Wésija's en Ksatrija's, goesti en déwa, nu en dan voor, doch nergens vindt men daaraan eenige opmerking over het kastenwezen vastgeknoopt. „Dat de godsdienst der Baliërs trekken van verwantschap toonde met die der Voor-Indiërs had Ds. Heurnius in zijn zeer snel en scherp opmerken na enkele dagen waarnemens wel reeds geuit" ), doch opmerkelijk is het dat hij meer van de echte volkspriesters (de senggoehoe's), weet te vertellen, dan van de Brahmaansche of Boeddhistische padanda's, die hem blijkbaar niet in het bijzonder zijn opgevallen. „Haere leeraers en sijn niet veel in getal, noch onderscheijden in habijt ofte kleedingen van het andere volck. Over haer is een generael opperhooft, die zijne residentie bij den Coninck ten hoven houdt ende bij hem in grooten

aensien is Desen staet (als geseijdt werdt) is erfelijck, hij

stervende, succedeert de soone in sijne vaders plaetse. Dese maeckt de gemeene afgodenpriesters, genoemt Songoho ende erft niet op de kinderen, maer anderen comen in haere plaetse; dese en genieten geen gagie van den Coninck; haer verval is dat sij eenige onderwijzende die begeerig sijn te weeten hoe se haere afgoden ten rechten dienen ende een gelucksaligen staet nae desen leven vererijzen mogen, daer voor een vereeringe ontfangen" 4). Er is nog een klein gegeven, dat er op kan wijzen hoe de begrippen over gelijkstandigheid door de eeuwen heen bewaard zijn gebleven. V Wil iemand bewijzen, dat hij van een bepaalde kaste is. dan kan hij dit doen door tezamen met iemand van wien vaststaat, dat hij tot die kaste behoort uit één schotel te eten (tjarik katjarik zie beneden onder rechtspraak). Ditzelfde vindt men bij Lintgensz

verhaald: ..de Kijloer ende dede mij uijt sijn schotel eéten

daer hij uijt at, ende dede door Juan de Portugies seggen, dat dat

*) Lintgensz blz. 207—208.

s) Litteratuuroverzicht blz. 242.

3) Litteratuuroverzicht blz. XIV.

*) Heurnius blz. 259.