is toegevoegd aan uw favorieten.

Het adatrecht van Bali

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

67

bestaat meer eenstemmigheid; alle bandjars onder een balé agoeng ressorteerende vormen één désa *). Al bestaan er enkele uitzonderingen op dien regel — men treft nl. eenige désa's aan met meer dan één balé agoeng, terwijl de inwoners volhouden, dat van oudsher zulk een désa een eenheid is geweest — men kan zulks toch aanvaarden. De bandjars zijn aan de désa ondergeschikt, moeten de vereischte bijdragen voor de tempels opbrengen, welke godshuizen over de verschillende bandjars voor wat het'onderhoud betreft vaak zijn verdeeld (ngempon). Bij nalatigheid de vereischte bijdragen te leveren, worden eerst de klijang en penjarikan van de bandjar daarvoor aangesproken, is een en ander onvoldoende, dan wordt de bandjar door de désa onder interdict gesteld en de bandjarloods tenslotte verkocht.

Soms vindt men opgegeven dat de bandjar, waar de balé désa zich bevindt, de hoofdbandjar is, doch wat daarvan de gevolgen of voordeelen zijn blijkt niet, in de practijk is daarvan ook niets te bespeuren ).

Het verband tusschen désa en soebak kwam reeds eerder ter sprake. Dat soebaks onderling ook samenwerken door toedoen van hun eigen besturen, blijkt uit hetgeen ons wordt medegedeeld uit Djambrana, waar elf soebakvereenigingen door de hoofden daarvan de gemeenschappelijke belangen laten behartigen3). Ook voor Zuid-Bali kan men van onderlinge samenwerking gerept vinden m.n. ingeval van watergebrek4) en in de jaren voorafgaande aan de expeditie van 1906 maakten de soebaks uit verschillende rijkjes door vreedzaam overleg wel een einde aan geschillen over bevloeüngswater, die door de vorsten kunstmatig in het leven waren geroepen 5). Dat in Zuid-Bali (m.n. in Bangli) de soebakvereenigingen in één damgebied wederom eene vereeniging boven zich hebben bleek reeds (boven blz. 55) Overigens vormde evengoed als bij de désa's de landschapsbestuursorganisatie den band tusschen de verschillende soebakvereenigingen

Liefrinck waarschuwt er tegen het ontstaan van de désa te willen verklaren uit de uitbreiding van eene familie8) dan waren de geslachtstempels ook wel de dorpstempels geworden, merkt hij op. Evenmin is de désa eene verzameling van rechtspersoonlijkheid bezittende families, want noch familie, noch gezin (koeren) zijn op Bali rechtsgemeenschappen. Wel bestaat een groote hechtheid tusschen de leden van ééne familie — hetzij daarmee bedoeld is „veelal over verschillende dorpen verdeelde familie in onzen zin, geslachts- of afstammingsgewoonten", hetzij

*) Adatrb., XV, blz. 22.

*) Adatrb., XV, blz. 21.

') Adatrb., XV, blz. 310.

*) Happé blz. 190.

*) Van Rietschoten blz. 5.

*) Liefrinck Bali blz. 273.