is toegevoegd aan uw favorieten.

Het adatrecht van Bali

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

115

gezelschap opgenomen te worden; zulks is alleen voor uitverkorenen weggelegd.

Zy, die aan dit gezelschap wenschen deel te nemen, doen zich door den klian désa voordragen".

De schrijver deelt dan verder mede, dat de klijang désa, die het toezicht heeft over de gezamenlijke klijangs bandjar1), vóór de aanneming, den mangkoe verzoekt door eenen wawalèn (permas)2), daaromtrent het oordeel van de goden te vragen. Het lidmaatschap, dat recht geeft op den eeretitel van désa, wordt vooral door soedra's zeer nagejaagd en van de slechts.22 désa's, die de désa-vereeniging ter hoofdplaatse Boelèlèng vormden, waren onder eenige andere aanzienlijken, ook de poenggawa's njoman Gempol, ktoet Hanjaran en pan Roemjjani lid, die, hetzij terloops opgemerkt, blijkens hunne namen geen van allen behoorden tot de triwangsa.

Ten aanzien van den klijang vindt men verder opgemerkt, dat hij eene gewichtige plaats in het bestuur bekleedt; „hij is aan de roemah déwa geattacheerd", en deelt de tempelwachter van dit godshuis hem mede, dat er herstellingen aan noodig zijn, dan gelast de klijang désa „de paseks, bandésa's en kabajans de ge» zamenlijke désabewoners op te roepen en de vereischte werkzaamheden te doen uitvoeren, buiten welke bemoeienis de paseks enz. echter met het bestuur niets gemeen hebben""). Van eenen penjarikan wordt niet gesproken. Hier worden dus de bij Liefrinck zoo in aanzien staande pasek en de niet minder geëerde désa-oudsten, tot ondergeschikten van den klijang désa verlaagd, welke functionaris volgens laatstgenoemden schrijver, slechts in de nieuwere désa's zou voorkomen, waar van een pasek en raad van oudsten geen sprake meer is.

Ook over werking en taak der désavereeniging geeft van Bloemen Waanders reeds treffende gegevens. De leden, die bij hunne aanneming de som van een pekoe stortten, moesten op verbeurte van boete, maandelijks vergaderen in den grooten tempel (balé agoeng) ter bespreking van de belangen der godshuizen en van de geldzaken, waaronder m. n. te verstaan: het op interest zetten van het kapitaal, welke interesten om de twee jaar verdeeld zouden worden. Ook eene bepaalde kleeding (roode kain), was als verplichte dracht bij het vergaderingsbezoek voorgeschreven, mede op verbeurte eener boete.

Als inkomsten der désakas vindt men, behalve de bereids genoemde, vermeld de heffing ter gelegenheid van de hanenklopperrjen. Als bezoldiging van den klijang désa werd een klein gedeelte van de landrente, van de offeranden en de heffing op de hanenvechterijen, afgezonderd. Kabajans, bandésa's en paseks

*) v. B. Waanders blz. 121.

') Over dezen wawalen Friederich, I, blz. 62 en boven blz. 107. *) v. B. Waanders blz. 111.