is toegevoegd aan uw favorieten.

Het adatrecht van Bali

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

117

De gegevens over den klijang tèmpèk, die hier met klian troena gelijkgesteld wordt, zijn verder gelijk aan die welke van Bloemen Waanders verschafte ).

De aanrakingen van désa- met soebakbestuur komen in deze kertasima eenige malen ter sprake; men vindt „in bijna elke groote plaats een sedahan temboekoe, (waterschout?), die met de zorg voor de hoofdwaterleiding van de sawah is belast"- verder moet iemand, die binnen de grenzen van de soebak, waartoe zijne sawah behoort, boomen wil planten, daarvan kennis geven aan den penjarikan of klijang désa". Is dat wellicht noodig voor de oepeti? Eindelijk, wanneer eene sawah zoogenaamd „bekneld" raakt en hiervan ziekten, misgewas of rampen het gevolg zijn geJasten de klrjang en penjarikan désa of soebakvereeniging op hare kosten, de noodige greppels te graven2). Wijst zulks niet op zeggenschap over soebakgebied?

De beschrijving van de désainkomsten verschillen in eenige opzichten met de beschrijving daarvan in de „Bijdrage". Worden de patoeroenans geheven van alle gemeenteleden en zoo dikwijls de. penjarikan dit noodig oordeelt (?), de roedjak boni-heffing is een buitengewone patoeroenan, te betalen door alle werkbare mannen eens per jaar, tot een bedrag door den gemeenteraad te umv-u f\ V0<?r het °Pbrenffen van patoeroenan en paknan ^teekend *) gelaten moet w°rden, vindt men eveneens aan-

De recognitie voor'het désabeschikkingsrecht wordt als eene der desainkomsten vermeld, doch zou alleen door vreemdelingen verschuldigd zijn, t. w. bij den aanvang van ontginningen een bedrag van 100 duiten per toegewezen soekat (een landmaat). Kan met beplanting worden begonnen, „dan wordt de ontgonnen plek van wege de désa opgemeten en de landrente vastgesteld die daarvan jaarlijks aan het dorp zal moeten worden betaald"")

Uit de uitvoerige gegevens, betreffende désadiensten, dienen er twee aangestipt te worden: ten eerste, dat het erf, de karang als grondslag van dienstplicht naar voren wordt gebracht8), en' ten tweede, dat de brahmanen van de ajahan désa zijn vrijgesteld en hier en daar, ook ksatrija's, wésija's en prebali's7).' Liefrinck heeft juist verzekerd, dat van een bevoorrechting der kasten in do desa s geen sprake is voor wat betreft „rechten en verplichtingen, die uit het lidmaatschap voortvloeien", terwijl dezelfde schrijvereerder verklaart: „In de désa's waar zij in grooten getale

2) Kertasima blz. 228.

') Kertasima blz. 228.

•) Kertasima blz. 171.

*) Kertasima blz. 183.

*) Kertasima blz. 207 en 224.

•) Kertasima blz. 176 en 189.

7) Kertasima blz. 172.