is toegevoegd aan uw favorieten.

Het adatrecht van Bali

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

125

tree in de vereeniging, geldt ook voor heel Zuid-Bali. In een Karangasemsch reglement noemt men, gelijk reeds bleek ook het storten van een klein geldbedrag ter gelegenheid van elke vergadering, metringkrem, hetgeen doet denken aan de mededeeling van Schultz over deze contributie (boven blz. 122).

Wat betreft de heffingen, welke ten behoeve van de désa opgebracht moeten worden, ze komen vrijwel overeen met die, welke voor Noord-Bali werden opgesomd. Men vindt echter nog gesproken van een woonerfbelasting (pabindjat koetjit), padjeg als heffing van bouwgronden en salaran njoeh, eene zesmaandeÜjksche bijdrage van den oogst der klapperboomen. In Tnganan Pagringsingan moeten boschproductenzoekers volgens het reglement een bedrag van 100 duiten aan de désakas voldoen.

Van de verplichte diensten zijn in Zuid-Bali bepaalde groepen vrijgesteld, de zg. loepoetans, waarbij men echter niet aan lieden van kaste, doch aan geslachten van oud-Balischen adel heeft te denken. (Zie Individuen).

Ook in Karangasem bestaan de diensten voor een goed deel, uit werkzaamheden aan de godshuizen, het uitkomen met vechthanen, doch ook van wegonderhoud is in de reglementen sprake. Bij het wegblijven van eenig werk met vergunning, is de dienstplichtige een bepaald bedrag (pegai) verschuldigd.

Over inkomsten van désabesturen ontbreken gegevens, ook zij hebben een tgakan, waarop de schade wordt verhaald', die zij door nalatigheid in de uitoefening van hun ambt, veroorzaken.

Het voor Boelèlèng genoemde beslagrecht bestaat ook in geheel Zuid-Bali ). Het heet er rampag of ngambeng, wordt uitgeoefend ten bate van tempels en dammen, doch alleen tegen vergoeding, welke echter, doordat ze uit overoude tijden tot nu toe ongewijzigd bleef, zeer onvoldoende is. Er zijn eenige gebruiken bij de uitoefening van dit recht, die maken dat het zoo min mogelijk hinderlijk is voor de bezitters; zijn er bijv. klapperstammen noodig, dan moet er allereerst worden gezocht naar kromme en niet meer vruchtdragende boomen. Bovendien moet op de wenschen van de rechthebbenden, bijv. wat de keuze der boomen en bamboes betreft, zooveel mogelijk worden gelet. Er wordt van dit recht eenigszins uitvoerig melding gemaakt, aangezien het met zelden is misverstaan, werd gehouden voor knevelarij van désa- en soebakbestuurders, het werd zelfs hier en daar verboden.

Aangaande de beide voormalige buurstaatjes van Karangasem: Kloengkoeng en Bangli ontbreken nagenoeg alle gegevens Haga weet mede te deelen, dat in de bovenstreken van Bangli, in' het Kintamanische en in de bovenstreken van de Kloenkoengsche

*) Zie boven blz. 109; Het woord onteigening hebben we vermeden, aangezien we hier niet te doen hebben met een individueel werkende inbreuk in afwijking van het gemeene recht.