is toegevoegd aan uw favorieten.

Het adatrecht van Bali

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

155

door het plaatsen van een verbodsteeken op de bewerkte gronden — njawénin sasakapan —. Men kan ook hier in bijzondere gevallen vergunning krijgen van een of ander werk weg te blijven; toch betaalt men dan een afkoopsommetje en de volle waarde der materialen, die geleverd hadden moeten zijn.

Wat betreft de bijdragen voor de tempels: de Sasakscbe leden zijn wel met bepaald aangewezen bijdragen en diensten belast, doch deze zijn niet lichter dan die van de Hindoe-leden.

De inkomsten van den klijang en penjarikan bestaan uit extra vleeschaandeelen bij het jaarlijksche slachtfeest van de sekaha en een vijfde> deel van de boeten en de pamoembas toja.

Volgens Groothoff waren in 1917 in Karangasem 168 soebaks en worden er geen nieuwe meer gevormd*).

In Bangli, het eenige rijkje, dat geen zeegrenzen had, en dan ook steeds in den bovenloop van de rivieren damwerken moest aanleggen, is slechts een betrekkelijk klein deel in het zuiden voor sawahcultuur geschikt*). Groothoff doet aangaande het soebakbestuur belangrijke mededeelingen: „Men had er vroeger voor elk bevloeiingsgebied een klijan pekasih, onder wien klians soebak als soebakhoofden stonden. Onder pekaseh verstaat men in Bangli een eigenaar van sawahs en niet een soebakhoofd zooals in Gijanjar". Verder heet het nog: ..Een bijzonderheid van de Banglische soebaks is de eigenaardige regeling van den dienstplicht. Er wordt nl. onderscheid gemaakt tusschen wel dienstplichtige leden (de landeigenaren of pekasehs) en niet dienstplichtige leden (de pachters). Het gevolg is, dat men voor grootere werken nooit over een voldoend aantal soebakdienstplichtigen kan beschikken. Er zijn weinig sawahs in erfelijk gebruik gegeven"s). Men krijgt uit deze beschrijving echter den indruk, dat de klijang pekasih niets anders is dan het hoofd van eenige klijangs soebak en dat de soebakleden pekasih heeten, doch we merkten vroeger bereids op, dat er twee vereenigingen vallen te onderscheiden: de sekaha pekasih onder den klijang pekasih en de sekaha soebak onder den klijang soebak. Het komt voor, dat onder een sekaha pekasih ook slechts één sekaha soebak staat, doch vaak zijn het er meer. Ook werd er op gewezen, dat de pekasihs niet zouden zijn de sawahbezitters, doch degenen die een petjatoe onder zich hebben 4). De sekaha pehasih doet dienst als hoogste bestuurscollege in een damgebied, de gezamenlijke pekasihs van zoo'n damgebied zorgen voor het gewone onderhoud van den dam en de leiding tot en met de temoekoe aja d.i. het eerste groote yerdeelwerk (waar, ingeval onderverdeeling in soebaks voorkomt, de afsplitsing van de verschillende leidingen naar de soebaks begint); vandaar dat men deze werken wel aan-

*) Adatrb., XV, blz. 331 en 332.

.*) Liefrinck Bangli blz. 186.

') Adatrb., XV, blz. 329—330.

*) Zie boven blz. 126.