is toegevoegd aan uw favorieten.

Het adatrecht van Bali

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

227

ling vinden gemaakt, alsof in 1908 &n einde kwam aan den toestand, dat de poenggawa's over her en der verspreid wonende onderhoorigen het bestuur voerden en toen pas Bangli in acht ressorten werd verdeeld1). Hetzelfde vak op te merken ten aanzien van de andere Zuid-Balische landschappen2).

Zeer te betreuren is het, dat bij de Zuid-Balische bestuursreorganisatie niet helder in het licht gesteld Werd, dat de oude poenggawaressorten daaraan ten grondslag lagen. Allicht zou dan bij de samenvoeging van die districten met meer- omzichtigheid te werk zijn gegaan. Nu heeft men gemeend, wat Hoos voor Boelèlèng reeds verkondigde, dat het gouvernement net zoo vrij en zonder schade net zooveel kon vervormen, als het zelf wenschte").

Doordat van de oude poenggawaressorten werd uitgegaan, werd het aantal districtshoofden aanvankelijk groot. Vóór 1882 had men in Boelèlèng 21, in Djambrana 4 poenggawa's, in dat jaar verminderd onderscheidenlijk tot 18 en 3 (S. 1882 : 124); tegenwoordig zijn er in Boelèlèng 8 en in Djambrana nog steeds 3 poenggawa's4). Zij werden aanvankelijk benoemd door den G. G. op voordracht van den resident, nadat volgens de landsinstellingen de bevolking was geraadpleegd (S. 1882 : 123), welk laatste vereischte bij „S. 1900 : 54", waarin ook van den sedahan agoeng gesproken werd, kwam te vervallen. Krachtens S. 1913 : 594, dat eene regeling inhoudt van het bestuur in het toenmalig gouvernementsgebied, dus buiten de landschappen Karangasem, Gijanjar èn Bangli, was het voortaan het gewestelijk bestuurshoofd, dat de poenggawa's en sedahan agoeng (onder-collecteurs) benoemde, met aanwijzing van hunne ressorten en standplaatsen. In de drie landschappen stelden de „wakils", met welken Arabischen term de Hindoesche stedehouders werden aangeduid6), hunne poenggawa's aan onder goedkeuring van den resident. Thans is voor de geheele residentie deze materie geregeld in S. 1921 : 817, waarbij de districtshoofden in twee klassen worden verdeeld; zij ontvangen hunne benoeming nog steeds van den resident, doch die van de eerste klasse (d.z. abituriënten van de O.S.V.I.A. en bij uitzondering bekwame ambtenaren met lagere opleiding), nadat de directeur van binnenlandsch bestuur van zijne instemming heeft doen blijken.

In Zuid-Bali herhaalde zich na 1913 de geschiedenis van de Noord, eerst een te groot aantal poenggawa's, in Tabanan b.v. 17,

') De Haan Prijangan, III, § 328.

') Adatrb. XV blz. 21-2 en blz. 55, op laatstgenoemde plaats nog wel ten aanzien van Gijanjar, dat volgens Schwartz bij uitzondering territoriaal zou zijn geweest.

*) Hoos blz. 207.

*) Zie S. 1882:164, 1882:225, 1886:94 1886:140,1887:174 1888:85, 1902:

221, 1907:331 en 1913:594. •) Van Vollenhóven Adatrecht blz. 470.