is toegevoegd aan uw favorieten.

Het adatrecht van Bali

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

241

is dat bij de reorganisatie juist uit het oog verloren, gelijk uit ondervolgend staatje kan blijken.

Staat aangevende de waterverdeeling voor het gebied, oostelijk van de Oöngan-leiding.

Aantal Soebaks die er water van

Naam v. d. temboekoe. tekteks betrekken.

1. Bindoe. 1825 Boeadji, Lodsema, Sanoer.

2. Ambengan. 668 Kedaton, Sidakarija, Renon.

3. Kedaton. 719 Kedaton, Pandjer, Renon.

4. Goenoeg Klandis. 375 Kedaton, Jangbatoe, Pandjer.

5. Tegalsasih. 481 Jangbatoe en Pandjer.

6. Djempajah. 362 Jangbatoe, Sidakarija, Pandjer.

7. Oemadésa. 68 Jangbatoe, Pandjer.

8. Tjengtjeng. 92 Jangbatoe, Pandjer.

9. Tajoemas. 538 Sanglah, Pandjer. 10. Djelih Lambih. | 480 Sesétan.

Hieruit blijkt dus, dat er tien soebaks zijn gevormd en ofschoon er tien verdeelwerken zijn, kreeg niet iedere soebak een verdeelwerk,. ,doch werden de moendoeks zoo willekeurig samengevoegd, dat één* soebak het water van meer dan een temboekoe moet betrekken. B.v. soebak Sidakarija verbruikt 463 tektek, doch moet daarvan 213 tektek betrekken van temboekoe Ambengan en 250 van temboekoe Djempajah. Het is duidelijk, dat deze soebak daardoor noch van het eene noch van het andere verdeelblok kan zeggen, dat het haar eigen blok is. Voor Badoeng zou veel te leeren zijn van Gijanjar en Bangb, althans van de toestanden aldaar van voor onze papieren reorganisatie. Voor Bangli moge nogmaals gewezen worden op de merkwaardige samenstelling van de damwerkers-vereeniging uit de volplichtige dorpsleden (petjatoebezitters), waarbij het belangwekkend is na te gaan of hier wellicht een nauwe band tusschen eene of eenige désa's en de bevloeiingsgemeenschap is aan te wijzen.

Overziet men nu de reorganisatie van het bestuur in al zijne geledingen, dan valt op te merken: eene officieele voor alle onderafdelingen gelijkvormige regeling, waarachter verborgen ligt eene, nog weinig bekende, plaatselijk verschillende, doch voor de eigen toestanden en behoeften volkomen passende bestuursinrichting. Het nuttig effect van de laatste wordt sterk verminderd, door daf het Europeesch bestuur slechts met de eerste in aanraking komt.

Een drietal onderwerpen blijven nog te bespreken, ten eerste de vraag, of van de besturen der verschillende rechtsgemeenschappen gezegd kan worden, dat ze een democratisch karakter

241