is toegevoegd aan uw favorieten.

Het adatrecht van Bali

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

343

aangenomen en als zoodanig sentana kepala dara genoemd wordt. Eerstgenoemde gaat niet 'tot de familie van de vrouw behooren, de laatste juist geheel en al, geeft zijne huisgoden op (meiepaskan tjara igamanja jang asal1). Uit het voorgaande volgt tevens, dat bij het aannemen van eene eigen dochter als sentana, geen adoptieceremoniëel noodig is en met de gezegelde akte en bekendmaking aan de bandjargenooten tot een baléagoeng behoorende — maar zulks dan ook op straffe van nietigheid — kan volstaan worden *). Het lijkt in dit verband van belang er de aandacht op te vestigen, dat kinderen uit bijvrouwen niet steeds dezelfde offerplaats hebben als het familiehoofd zoodat peras en widja-widana bij aanneming van een kind uit een bijvrouw geboren, noodig kan zijn8). Van de bandjar Sala der Kloengkoengsche désa Aan wordt bericht, dat bij adoptie van een sentana en bij het introuwen (njeboerin), uitsluflend mededeeling aan de organen van de landsoverheid (prebekel, djoeroe arah) vereischt was. Er had geen peras en sijar plaats, doch men houde hierbij wel in het oog, dat alle bandjargenooten van één kaoem, één geslacht Poadji waren en dus zeker ook „toengalan soembah" 4). Nog een geval wordt vermeld, waarin peras niet plaats had, t.w. dat een jonge man wordt aangenomen met het vooropgezet doel hem te laten inhuweti met een nog aanwezig dochtertje of kleindochterB). Het wettigingsceremoniëel was niet voor alle gevallen hetzelfde. Volgens de zooevengenoemde vorsten verordening uit Boelèlèng — die alleen sentanaschap van kinderen beneden de drie maanden gedoogde — hadden de nieuwe ouders te zorgen voor het driemaandenfeest van hun aangenomen kind en gold dat meteen als de wettigingsplechtigheid *). Bij den „sentana-tarikan", den schoonzoon die inhuwde bij eene eenige dochter, bestond de huwelijksplechtigheid, tevens dienende om hem uit eigen familie los te maken, uit het brengen van een kussen (bantal) en rijst (ketoepat) naar de woning van den schoonzoon. Bij een gewoon huwelijk gaat het juist omgekeerd, brengt de jonge man deze artikelen naar het huis van zijne vrouwT).

Evenals het rapporteeren aan de landsoverheid in eenige gevallen wordt nagelaten, evenzoo heeft het sijar niet steeds plaats. Toch is bekendheid van de bandjarbevolking met het feit der adoptie een zaak van gewicht, zelfs de aanzienlijksten des lands, priesters incluis, zorgden dan ook er voor dat bekendmaking

•) Adatrb., XXIII, blz. 295.

*) de Kat adoptie blz. 215 en 224—6.

•) In Adatrb., XXIIII, blz. 305 komt een geval van ongeldigheid

op deze gronden voor.

«) Adatrb., XXIII, blz. 353.

■) Adatrb., XXm, blz. 354.

•) Landsverordeningen Bali blz. 203.

0 Adatrb, XXIII, blz. 302.