is toegevoegd aan uw favorieten.

Het adatrecht van Bali

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

363

er tegen „hebben te waken zijne verloofde niet voor het huwelijk te benaderen" 1). Ook van elders blijkt dat geslachtelijke gemeenschap met een meisje, voordat de jongeling openlijk van zijn voornemen het meisje tot vrouw te nemen heeft doen blijken (bv. door aanzoek of wegvluchten) afgekeurd wordt. Mocht de familie van het meisje op heeterdaad de jongelui tijdens hun verboden omgang betrappen, dan mag ze den jongeling op staanden voet dooden, schrijft van Eek 2). Blijkt bij een huwelijk dat het meisje reeds elders haar maagdom offerde, dan heeft zulks op den voortgang van het huwelijk echter geen invloed3).

Het werd reeds opgemerkt, dat met de wenschen van de jongelui zelf bij het aangaan van een huwelijk in den regel wordt rekening gehouden. Het minste is dit het geval bij aanzienlijken. Brahmanen gaan zelden tot een schaakhuwelijk over, volgens Schultz zouden ook Ksatrija's gewoonlijk na voorafgaande bespreking zonder schaking huwen (in Karangasem heet zulks medjangkepan) doch deze mededeeling had o.i. beter van besturende Ksatrija-families kunnen spreken4). Bij aanzienlijken die hun dochters ook strenger onder toezicht houden dan de gewone man pleegt te doen, wordt vaak met de wenschen van de kinderen al bitter weinig rekening gehouden. Huwelijken met allerlei bijbedoelingen ten opzichte van het vermogen, zuiverheid van kaste e.d. zijn dan ook talrijk5). Hebben Balische aanzienlijken een veete met elkaar en leggen ze die bij, dan geeft de een als bewijs van vertrouwen wel den ander zijne dochter tot vrouw.

Of men te doen heeft met een vluchthuwelijk dan wel met een aanzoekhuwelijk, de toestemming van de ouders poogt men steeds te verkrijgen, al moet men voor dat doel niet zelden maanden lang afgezanten tot de ouders der vrouw zenden. In Karangasem schijnt de jongeling, die de ouders van het meisje weigerachtig vmdt, aan zijn districtshoofd den gebruikelijken bruidschat te kunnen afdragen ter overhandiging aan de vrouws ouders en zoo laatstgenoemden weigeren het geld te ontvangen, wordt het gestort in de negerikas9). Ook kon daar in den vorstentijd een door de ouders der maagd afgewezen minnaar de hulp van den vorst inroepen, die dan voor zich zelf de dochter vroeg en haar vervolgens aan den versmaden minnaar gaf (tetrimanan) 7). Dat een vorst bij zijn huwelijk met eene vrouw van lageren stand

*) Pandecten adatrecht, VI, plaats 137L

*") v. Eek Bali, 1880, II, blz. 6.

•) de Kat huwelijksrecht blz. 46.

*) Pandecten adatrecht, VI, plaats 1693.

B) Pandecten adatrecht, VI, plaats 1695 en 1696.

•) Pandecten adatrecht, VI, plaats 1691.

7) Pandecten adatrecht, VL plaats 1692.