is toegevoegd aan uw favorieten.

Het adatrecht van Bali

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

386

steeds tot huwelijksontbihding, gemakkelijker te verkrijgen wanneer de man niet, dan wanneer hij wel den bruidschat voldaan had, doch steeds belangrijke geldelijke offers eischende. Niet zelden komt het voor, dat de vrouw overreed wordt, terug te keeren naar den man, die dan zoete broodjes is gaan bakken (melemesin). Ten slotte komt het voor dat de vrouw, die van haren man vrij wil komen, zich door een ander laat ontvoeren. Vroeger kwamen zij en haar ontvoerder er dan vaak niet al te gemakkelijk af, konden beiden zelfs vogelvrij verklaard worden1). Ook stond echter de mogelijkheid open, de rechten van den echtgenoot af te koopen, doch dit was dan een dure geschiedenis8). Uit het bovenstaande kan blijken, dat ook vroeger de vrouw wel van haren man kon afkomen, zij het dan ook dat de weg daartoe soms lang en moeilijk was en de kosten niet zelden hoog waren. De vorstelijke regelingen bevatten eenige milde bepalingen, waarschijnlijk beantwoordende, aan de positie, welke de vrouw volgens de volksbegrippen toekwam. Het westersch bestuur is in dit opzicht veel verder gegaan: „Wanneer eene vrouw van haren man wil scheiden, en deze is onwillig daartoe zijne toestemming te geven" dan kan de vrouw haar vrijheid koopen door betaling binnen een maand na de uitspraak van den raad van Kerta's, van eene boete ten bedrage van 12250 duiten met de dubbele koopsom (bruidschat) en „van de kosten ter wille van het huwelijk gemaakt", bepaalt eene ongedagteekende, onder invloed der Europeesche bestuurs-ambtenaren uitgevaardigde landsverordening uit Boelèlèng"). Niet beter maakt het de huwelijksverordening van den resident, gedagteekend 31 October 1896. „Indien eene vrouw wenscht te scheiden van haren man zonder dat deze haar mishandeld 'heeft, dan moet zij de voor haar betaalde koopsom (bruidschat) teruggeven en wordt zij beboet met veertig pekoe's, welke som in de negerikas gestort moet zijn binnen eene maand enz.4). De straf rechtpeswara van 1910 maakt het de vrouw al evenmin lastig. Bij overspel zal eerst „getracht worden de kwestie bij minnelijke schikking af te doen, waarbij de man (medeplichtige) veertig pekoe aan den beleedigden echtgenoot zal betalen en zeventien pekoe storten in de negerikas. Is die minnelijke schikking niet mogelijk, zoo zullen beide overspeligen veroordeeld worden tot een gezamenlijke boete van 57 pekoe" °). Kiest de vrouw den meer fatsoenlijken weg den man te verlaten, met het doel op de oud Balische wijze door overleg tot echtscheiding te komen (of den man tot melemesin te nopen) dan komt ze er veel duurder af, dan in het geval van overspel. In stede van de 57 pekoe, die ze dan evenals haar medeplich-

*) Landsverordeningen Bali 345—7.

*) Soebak-verordeningen blz. 97—239.

•) Landsverordeningen Bali blz. 343 en 297.

*) Landsverordeningen Bali blz. 329 en Adatrb., XV, blz. 88.

•) In dit geval krijgt de bedrogen man zelfs zijn 40 pekoe niet.