is toegevoegd aan uw favorieten.

Het adatrecht van Bali

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

396

De baten worden allereerst besteed voor de afdoening der schulden, waarvan de erflater voor zijn dood wel eene opsomming geeft in bijzijn van zijne erven. De kosten van de lijkverbranding gaan niet voor. Laat het zich aanzien, dat de middelen, na afdoening van de verplichtingen aan schuldeischers, die niet kunnen of willen wachten, onvoldoende zijn om de iijkverbrandingskosten te bestrijden, dan wordt die plechtigheid verschoven en het lijk voorloopig op de dorpsbegraafplaats onder de aarde bewaard. Terecht heeft een residentspeswara uit het jaar 1900 dan ook bepaald, dat de boedel gevormd wordt door hetgeen van de nagelaten bezittingen overblijft na afbetaling der schulden en nadat uit het overschot de kosten van de lijkverbranding bestreden zijn1). Minder gelukkig achten we deze peswara, waar ze in artikel 1 derde lid voorschrijft, dat niets van de goederen verkocht, verpand of verdeeld mag worden, vóór de lijkverbranding van den erflater heeft plaats gehad. In Zuid-Bali houdt men zich niet daaraan, de verbrandingen worden vaak meer dan tien jaar achterwege gelaten. Zoo wordt bv. bij uithuwelijking wel van het goed vervreemd om de kosten te dekken2). Aangaande het vererven van schulden bevat de litteratuur nog eenige gegevens. Medegedeeld wordt in het bijzonder, dat van een schuldenaar, die met zijn schudeischer sawahbezitter een zgn. megantalancontract gesloten heeft, om tegen schulddelging diens sawah te bewerken, de arbeidsverplichting overgaat op zijne kinderen8). Schulden die bij het spel of bij den aankoop van sterken drank aangegaan zijn, gaan niet op het gezin over, bepaalt een landsverordening *); evenmin ging een schuld, waarvoor eene vrouw pandelinge werd, over op hare kinderen5). In Gijanjar zouden schulden alleen overgaan van ouders op kinderen en van man op vrouw en omgekeerd. Voor andere familieleden gaan de schulden niet overs). Verder maakte de raad van kerta's te Singaradja uit dat schulden, waarvan een schriftelijk bewijsstuk was opgemaakt, slechts verhaald kunnen worden op de afstammelingen in rechte linie van den schuldenaar 7).

Volgens het Balisch erfrecht erft de man van de vrouw, waartegenover de vrouw slechts in bepaalde gevallen een beheersrecht krijgt over de nalatenschap van den man; verder erven de nakomelingen in de rechte linie, alsmede door adoptie in de rechte lijn van adoptant opgenomen personen.

De man erft dus van de vrouw t.w. de door haar ten huwelijk meegebrachte goederen, de door haar persoonlijken arbeid ver-

») Pandecten Adatrecht, V, plaats 667, Adatrb., XV, blz. 108.

s) Voorbeelden in Adatrb., XXIII, blz. 343 en 368.

•) Pandecten adatrecht, V, plaats 667, Adatrb., XV, blz. 108.

*) Landsverordeningen Bali blz. 141 en 169.

•) Soebak-verbrdeningen blz. 95.

•) Pandecten adatrecht, V, plaats 660.

*) Pandecten adatrecht, V, plaats 661.