is toegevoegd aan uw favorieten.

Het adatrecht van Bali

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

428

bij de Raden van Kerta's te Tabanan en Karangasem, waarin de désa's pretendeerden over vrijgekomen grondenaandeelen te mogen beschikken, later zaken over petjatoe's van volkomen dezelfde strekking, bij de Raden van Kerta's te Bangli en Gijanjar, de aandacht. Ook deze zaken moesten ter herbehandeling teruggezonden worden. Zulke gevallen doen zich vrij veelvuldig voor, niet doordat er zoo dikwijls een familie geheel en al uitsterft, doch doordat noch de tgakans noch de petjatoe's in handen mogen komen van leden, die er reeds één hebben. De désa-reglementen uit. Karangasem en Gijanjar bevatten tal van bepalingen, die op het beschikkingsrecht der dorpen wijzen en het valt dan ook niet te verwonderen, dat aangaande vervreemding en verpanding beperkende bepalingen te vinden zijn, die steeds medewerking van désabestuur en -vergadering eischen. Ook in Noord-Balische reglementen komen dergelijke bepalingen voor; is in Koeboetambahan iemand langer dan zeven maanden niet in staat de diensten voor de désa na te komen, dan wordt zijn geheele tgakan van hem opgeëischt *), Over de beperkende voorschriften aangaande het vervreemden van sawahs in deze désa werd boven reeds gesproken.

De kans, dat sawahgrond tot den natuurstaat terugkeert Legering. Er zijn echter tijden, dat die gronden geen andere waarde hebben dan woeste, en dan herleven rechten, die door het beschikkingsrecht beteekenis krijgen, zooals het weiderecht, het zamelrecht, bestaande in het snijden van gras, tenzij iemand op eiger, sawah gras wil reserveeren, waarvan hij dan klijang désa er -soebak heeft kennis te geven2). Dit laatste moet ook geschiedeu bij het planten van veevoeder-gewassen op een anders braakliggende sawah, iets dat op een ontginningsrecht lijkt8). Ook wanneer men sawah-grond gaat bezigen voor cultures, die gewoonlijk op droge gronden worden gedreven, schijnt de désa zich weer te doen gelden alsof het ook droge gronden aangaat, hetgeen kan blijken uit de volgende bepalingen: „ieder, die binnen de grenzen van de soebak, waartoe zijne sawah behoort, boomen wenscht te planten, moet van dit zijn voornemen kennis geven aan den penjarikan en den klijan désa4). Wellicht werd dit voorschrift uitgevaardigd met hot oog op de oepeti-plichtigheid.

In het bovenstaande zijn o.i. eenige uitingen te zien van het désa-beschikkingsrecht, ook over sawahs. Een afzonderlijk soebakbeschikkingsrecht zou ook met hetgeen wij vroeger meedeelden aangaande den band tusschen dorps- en bevloeiingsgemeenschappen kwalijk zijn te rijmen; bij de landbouwofferanden gaan désa en soebak hand in hand; laatstgenoemde gemeenschap, voort-

*) Liefrinck Bali blz. 448.

*) Soebak-verordeningen blz. 339—345.

*) Soebak-verordeningen blz. 347.

*) Kertasima blz. 240.