is toegevoegd aan uw favorieten.

Het adatrecht van Bali

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

450

koop geweigerd, doch in stede daarvan verpanding toegestaan. Laatste sawahs mochten niet verkocht worden, heette het. Overigens gaan Baliërs niet dan noodgedwongen tot verkoop van sawahs over1).

Hoe het ging met de tweede categorie van gronden, is al wederom door Liefrinck beschreven voor de zoogenaamde familie-grondaandeelen. Aanvankelijk een verbod van vervreemding, toen verpanding tegen steeds grootere pandsommen, eindelijk: vergunning tot verkoop, soms beperkt tot dorpsgenooten en steeds met medewerking van de désa2). De Zuid-Balische dorpsreglementen geven eene soortgelijke ontwikkeling te zien. Wat we gaarne zouden willen weten is, hoe het hierbij ging met de verplichtingen ten opzichte van de dorpen, waar een vast aantal leden bestaat en het lidmaatschap aan een grondaandeel verbonden is.

Eenige désa's in Karangasem en Mengwi hebben een zeker conservatisme getoond, dat de bestendigheid der désa-inrichting zeker ten goede is gekomen. Zij beschouwen de zaak geheel van uit het standpunt der verplichtingen. Geoorloofd is daarbij plaatsvervulling; welnu een tgakanbezitter kan met het geheel of een gedeelte zijner verplichtingen met medeweten van de désa het geheel of een gedeelte zijner gronden overdragen. Bij overlijden van den tgakanbezitter heeft zijn rechtverkrijgende echter recht op de volledige tgakan en moet de plaatsvervanger die geheel opleveren. Is er geen rechtverkrijgende verwant van den laatsten tgakanbezitter, dan heeft de plaatsvervanger evenmin te meenen, dat hij nu wel op de tgakan of zijn overgedragen deel daarvan kan blijven zitten. De tgakan wordt door de désa geheel en al aan dengeen toegewezen, die volgens de gebruiken daarvoor in aanmerking komt.

De petjatoe's volgen een soortgelijken weg. Voorop sta, dat de petjatoe's onaantastbaar zijn voor het mandjing der vorsten*), die ook de tgakans ontzagen, zij het blijkbaar wel tegen vergoeding, (oepeti tjampoet)4). De petjatoegronden zijn onverkoopbaar,

*) Pandecten Adatrecht, III, plaats 1486.

») Liefrinck Bali blz. 417—420 en Pandecten Adatrecht, ni, plaats 1487.

•) In Adatrb., XV, blz. 38 wordt het tegendeel beweerd.

*) Adoptie blz. 307. In Bebandem: Mwah jan ana wong désa tjampoet, mangajah kadésa, jan ija wkasan wtoe ipoen padem sadroewèn désa ika né ajahanga kadésa, tan wnang kna pdjah pandjing, tka wnang oega mantoek ka désa kabèh -— Wanneer désalieden, zonder mannelijke nakomelingen, dienstplichtig zijn aan de désa en zij komen naderhand te sterven, dan zullen de désagronden, waarop hun dienstplichtigheid ten opzichte van de désa rustte, door den vorst niet worden genaast, doch in hun geheel terugvallen aan de désa. Zie ook Adatrb., XXIII, blz. 359.