is toegevoegd aan uw favorieten.

Het adatrecht van Bali

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

457

We merkten reeds op, dat erven (uitgezonderd in Badoeng en Tabanan) onverkoop- doch wel verpandbaar zijn, althans in Zuid- J Bali; in Noord-Bali schijnen zij noch verkoop- noch verpandbaar te zijn1). . .

Vererfbaar zijn de woongronden evenzeer, mits geene cumulatie van erven plaats heeft. Een weduwe en een sentana die nog vrijgezel is, mogen het woonerf na den dood van den man onderscheidenlijk vader bezet houden, de sentana moet dan, ondanks ongehuwden staat, bandjarlid worden, terwijl eene achtergebleven weduwe vrouwendiensten in de bandjar moet blijven verrichten 2). . , '

Eindigt het lidmaatschap der betrokken gemeenschap (dood, verhuizing, uitbanning), dan gaat het recht op het woonerf te niet3). Een bijzondere wijze van verhes van het recht op een bepaald erf is, dat men door erfenis of huwelijk een erf verwervende, nevenerven „bekneld" maakt. Men heeft dan öf een afscheiding of greppel te doen aanbrengen öf men heeft als laatste rechtverkrijgende het veld te ruimen, al zal men er wel een ander stuk woongrond voor in de plaats krijgen").

Over de woonerven is het agrarisch reglement kort en bepaalt, dat de dorpsgemeenschap die toewijst uit hare beheersgronden. Tenzij bedoelde gemeenschap anders bepaalt, worden de erven geacht toe te behooren aan de bewoners (artikel 2), hetgeen aan een bezitrecht doet denken.

Bij een sterfgeval in zijne familie heeft de ingezetene van een dorp recht op een plekje op de algemeene begraafplaats, waar het lijk, in afwachting van de verbranding, kan worden ter aarde besteld. Sterven vreemdelingen, dan dient voor hun graf te worden betaald door den burger, bij wien zij inwoonden. Niet alleen de stemgerechtigde désaleden, doch in het algemeen zij, die tot de ingezetenen gerekend worden (gewezen leden, sampingans, e.d.), hebben gelijk recht op een graf. De begraafplaatsen staan, gelijk reeds opgemerkt werd, krachtens beschikkingsrecht onder beheer van de désavereeniging. Ook al blijkt te groote uitgestrektheid voor gronden als begraafplaats te zijn afgezonderd, zoo zal toch tot ontginning van het te veel niet worden overgegaan, aangezien deze gronden als tenged worden beschouwd5).

Van gronden in inlandsch bezitrecht wel te onderscheiden, zijn de ambtsvelden; gronden dus, welke voor den duur van een

*) Pandecten Adatrecht, IV A, plaats 1063.

') Pandecten Adatrecht, IV A, plaats 1058, Adatrb., XXIII, blz. 314.

*) Pandecten Adatrecht, IVA, plaats 1057.

*) Soebak-verordeningen blz. 333—335, Wdb. v. d. Tuuk onder

apit en lingkoeh. •) Pandecten Adatrecht, IVA, plaats 1334—1371.