is toegevoegd aan uw favorieten.

Het adatrecht van Bali

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

500

na zijne kennisgeving — in welken termijn de rechthebbende zijn dier kan opeischen tegen betaling van 50 duiten bewaarloon (pakemit) per dag buiten den losprijs — voor het vee aansprakelijk. Mocht het binnen dien tijd sterven, zoo moet hij aan den eigenaar schadevergoeding uitkeeren, met verrekening der gemaakte kosten. Na verloop van dien termijn is de opvatter van alle verantwoordelijkheid ontslagen. Hij mag dan ook het vee diensten laten verrichten, maar de eigenaar behoudt ^et recht tot inlossing, mits thans „een hooger losprijs betalende" ).

Voor het geval van waken bij gemeenschappelijk bewaard goed, b.v. gemeenschappelijk opgeschuurde padi, worden ook eenige regelen gegeven2). Reeds vroeger werd gesproken van de aansprakelijkheid van den gastheer voor goederen van zijn gast, voor zoover laatstgenoemde die had opgegeven bij zijn aankomst. De gastheer kan die aansprakelijkheid op het dorp overdragen door aan het désabestuur een opgave te verstrekken van de goederen, die de gast bij zich had (boven blz. 426).

Volgens eene mededeeling in „Het Adatrecht van NederlandschIndië" is ook op Bali bekend het op eigen verlangen verstrekken van voorschotten aan den gewasbezitter — „zooveel gulden per baoe —, waartegenover hij op zich neemt een overeenkomstige hoeveelheid gewas per baoe aan den voorschotgever uit te keeren; eenigermate schijnt de voorschotgever in het risico van den wasdom te deelen — doordat hij niet meer terugkrijgt dan de bewuste baoe opbrengt —, doch bij algeheele mislukking van den oogst krijgt hij blijkbaar toch wel een zekere hoeveelheid van daartoe geleend of aangekocht gewas" 3). Een Ghineesche rijstpellerij in Zuid-Bali poogde zich op voorschreven wijze van een gedeelte van den oogst te verzekeren, doch heeft daarmee geen resultaat bereikt. Een Baliër is niet bijzonder op voorschotten gesteld, verkoopt bij voorkeur alleen hetgeen hij in handen heeft en wacht daarvoor met groot geduld den gunstigsten tijd af. Volgens mededeelingen van een collega zijn in dit opzicht bij de Sasaks op Lombok geheel andere resultaten bereikt, werden zelfs wel eenige oogsten van te voren door voorschotten aan rijstpellerijen afgestaan, vaak tegen geheel onvoldoende betaling. Onder Baliërs zelf schijnt deze transactie niet voor te komen. Het „moetranin ban padi" lijkt hierop, ingeval de in padi te betalen rente van een bepaald veld afkomstig moet zijn. De risico schijnt dan in NoordBali te worden gedragen door den geldschieter in zooverre, dat bij mislukking van het gewas hij geen rente mag invorderen*).

De Baliër heeft een afkeer van loonarbeid of liever toont zich afkeerig van het aannemen van geld voor door hem bewezen

*) Soebak-verordeningen blz. 250, 267 en 275.

3) Soebak-verordeningen blz. 293.

*) Van Vollenhoven Adatrecht blz. 641.

«) Adatrb, XXIH, blz. 444.