is toegevoegd aan uw favorieten.

Het adatrecht van Bali

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

551

wel in dezelfde muntsoorten als in de Hindoe-rechtsboeken voorkomen (ma, koe, sa enz.). Dat de vorst tevens grondbezitter was spreekt van zelf en kan ten overvloede blijken uit de verkoopakte van een vorstelijk jachtgebied (in adatrechtbundel XXII) aan de krama van Boeahan. Op verschillende boomen rustte het vorstelijk kapverbod (kajoe larangan)*). Vrijstelling van belastingen werd aan verschillende kramans verleend, aan sommige onder opgave van het motief, dat van oudsher die heffingen daar niet bestaan hadden, aan andere tegen de contraprestatie een koninklijke begraafplaats te onderhouden2). Ook uit de rechtspraak trok de vorst wellicht eenige inkomsten, althans er wordt van gerechtskosten gesproken. Een vorstelijk vonnis heette soerat jaijapatra ). Volgens de Badoengsche oorkonden moesten gerechtelijke boeten binnen één dag voldaan zijn, dan wel een pand daarvoor worden afgegeven. Uit diezelfde oorkonde blijkt dat ook de désa bevoegd was boeten op te leggen.

Den vorstelijken wetgever leert men kennen, ten eerste uit de wetboeken; althans lijkt ons de veronderstelling niet gewaagd, dat destijds de Balische vorsten in dezen wel niet ten achter gebleven zullen zijn bij de Javaansche heerschers, onder wie er één, een DharmawangQa uit het laatste decennium van de tiende eeuw, de samenstelling gelastte „van het wetboek, toen ciwagasana genoemd en nog thans als Poerwadigama op Bali in zwang"4). Ten tweede gaf de vorst regelingen in de oorkonden waaraan deze gegevens ontleend zijn. De vorst werd daarin bijgestaan door de priesters en alle grooten des rijks, terwijl de drie reeds genoemde bevelschrijvers belast waren met het in schrift brengen van de schenkingsakten, brieven van bevoorrechting, uitspraken inzake afscheiding van dorpen, regelingen betreffende de plichten ten opzichte van een tempel enz. Terloops worden allerhande voorschriften gegeven betreffende verwantschaps-, erf-, schulden- en delictenrecht. Grensomschrijvingen komen evenzeer veelvuldig in die oorkonden voor, terwijl het slot niet zelden een vervloekingsformulier bevat, waarin dezelfde gevolgen als in de nog gebruikelijke eedformulieren als verbonden aan valschelijk eedzweren voorkomen, worden bedreigd tegen iederen overtreder van de vorstelijke bevelen *). In verschillende van deze oorkonden treden de vorsten dus al op als de vredestichters en scheidslieden, doch ook in andere zaken, het onderling verkeer tusschen de verschillende gemeenschappen en met vreemden rakend, gaven zij voor-

*) Brandes blz. 56.

•) Brandes blz. 54—5, Oudh. Verslag, 1923, (3° en 4° kwartaal) blz. 166.

I Brandes blz. 43; men zie dez. in T.B.G., dl. 32 (1889) blz. 98 en v. *) Krom blz. 84, Siwa-sesana en Poerwadigama worden tegenwoordig op Bali als afzonderlijke wetboeken opgegeven.