is toegevoegd aan uw favorieten.

Eenige opmerkingen over het christendom en het Romeinsche recht

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

8

magni existimans sincerum atque ab omni colluvione peregrini ac servi sanguinis incorruptum servare populum. Deze gedachte werd weergegeven in de maatregelen die hij nam, om de willekeurige vrijlatingen te beperken. Tot stand kwamen: a. de lex Aelia Sentia; 6. de lex Fufia Caninia.

ad a. Naar de eerstgenoemde wet moest de dominus twintig jaar zijn; de vrij te laten slaaf moest den leeftijd van 30 jaar hebben bereikt; zoo aan deze vereischten niet was voldaan, waren er strenge waarborgen om tot de civitas te geraken: 1°. een justa causa; 2°. tusschenkomst van een magistraat *).

ad b. De lex Fufia Caninia beperkte de vrijlatingen bij testament; niet alleen moest de manumissio nominatim plaats vinden, maar ook was het slechts geoorloofd een zeker aantal de vrijheid te geven 2). Behalve deze gevallen waarin aan de willekeur in het vrijlaten paal en perk werd gesteld, kende men te Rome een bepaalde hiërarchie onder de liberti. Onderaan stonden de dediticii, overeenkomstig de lex Aelia Sentia8): zjj die wegens misdrijf veroordeeld, later de vrijheid verkregen; vervolgens de latini iuniani, overeenkomstig de lex ïunia Norbana met beperkte burgerschapsrechten *); tenslotte zij die op wettige wijze de vrijheid verkregen hadden, de cives Romani. Ondanks deze beperkte vrijlatingspolitiek van Augustus was het niet mogelijk het doel, dat

1) Lex Aelia Sentia, Inst. 1. 6. 4. Cfr. Gaius I. 38. 29.

2) Gaius I, 42. 46. Inst. 1. 7.

3) Lex Aelia Sentia, Gaius I. 13 en v. 26.

4) Lex Iunia Norbana, Gaius 3. 56.

Cfr. P. F. Girakd, Manuel élémentaire du droit romain, Paris 1918, bid. 128 en v.