is toegevoegd aan uw favorieten.

Eenige opmerkingen over het christendom en het Romeinsche recht

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

10

Romeinsche civitas. Door deze daad verdween de tegenstelling civis-peregrinus. De onderscheiding latini Iuniani en dediticii werd door den genoemden maatregel niet getroffen; deze zou eerst veel later verdwijnen.

Deze breedere opvatting ten aanzien van den Romeinschen geest jegens de vreemdelingen liet ook haar invloed gelden op de vrijlatingspolitiek der toenmalige keizers. In geval van twijfel werd ten gunste van de vrijheid beslist:

Pavor enim libertatibusx) debitus et salubris iam pridem ratio suasit, ut his qui bona fide in possessione libertatis per viginti annorum spatium sine interpellatione morati essent, praescriptio adversus inquietudinem status eorum prodesse deberet ut et liberi et cives Romani fiant.

Reeds Ulpianus had in twijfelachtige gevallen denzelfden raad gegeven:

1°. Celsus libro duodecimo digestorum utilitatis gratia motus surdum ita natum manumittere posse ait 2). 2°. cum saepius datur servo libertas, placet eam favore valere ex qua pervenit ad libertatem3). Deze voor de slaven zoo gunstige leer beheerschte de heidensche Romeinsche wetgeving, toen in 313 het' Christendom als godsdienst werd erkend. Welke gevolgen heeft dit ten aanzien van de slavernij? Om dit te kunnen nagaan, moet eerst de vraag beantwoord worden, hoe denkt de Christelijke leer en de kerk over de slavernij?

Het Christendom leerde gelijkheid onder de menschen. De kern der leer schuilt reeds in Genesis:

1) Diooletianus, 300. O. 7. 22. 2.

2) Ulpianus, L pr. ad Sab. D. 40. 9. L

3) TTlpianus, 4 1. ad Sab. D. 40. 4. 1.