is toegevoegd aan uw favorieten.

Eenige opmerkingen over het christendom en het Romeinsche recht

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

29

quod uxoris sororem ducere non liceat, en de concilies van Agde1) en Epaon2) sloten zich bij deze leer aan.

De Christen-keizers, gehoor gevend aan de eischen van de verschillende concilies, gingen tot verbod van de bedoelde huwelijken, over.

Zoo verboden Constantius en Constans in 355 een huwelijk met de vrouw van den»voor overleden broer of met twee zusters 3): de kinderen uit een dergelijk huwelijk zouden onwettig zijn. Arcadius herhaalde in 396 *) een constitutie, die hij in 393 5) met Valentinianus en Theodosius gegeven had, door eveneens een huwelijk met de vrouw van den overleden broer, of met twee zusters te verbieden, maar versterkte dit verbod met den water- en vuurdood. In 415 gaven Honorius en Arcadius wederom genoemd verbod 6). Keizer Zeno bevestigde dit nogmaals in twee constituties in 475:

Licet quidam aegyptiorum idcirco mortuorum fratrum sibi coniuges matrimonio copulaverint, quod postulorum mortem

mansisse virgines dicebantur tarnen praesenti lege

sancimus, si quae hüiusmodi nuptiae contractae fuerint, earumque contractores et ex his progenitos antiquarum legum tenori subiacere nee ad exemplum Aegyptiorum, de quibus stiperius dictum est, eas videri firmatas vel firmandas 7).

Als derde uiting van de Christelijke neiging om een

1) Bruns I, o. c. canon 61 ) _ ~ . „ „ „K 0 Q

' ' \ — Decretum Grat. c. 8, C. 35, qu 2 en ó.

2) Bruns II, o. c. canon 30 )

3) C. Th. 3. 12. 2.

4) C. Th. 3. 12. 3.

5) C. Th. 5. 5. 5.

6) C. Th. 3. 12. 4.

7) O. 5. 5. 8. C. 5. 5. 9 (476—484).